Ma – De leegte tussen de dingen

Ik werk met keramiek. Hierbij laat ik me inspireren door Japans keramiek zoals de kayari buta, de keramische big waarin een wierrook spiraal kan die muggen verjaagd. Ook kijk ik in musea graag naar de chawan, de kom waarin matcha wordt bereid. In die laatste nog meer dan de big, zijn de bewegingen van de maker zichtbaar.

Theekom van Ogata Kenzan, halverwege de 18de eeuw:


Volgens de beschrijving van het Metropolitan Museum of Art, staat deze chawan in het teken van nieuwjaar. De bladeren zijn van een naaldboom. Eigenlijk bungelt de afbeelding op het randje van wel of niet begrepen worden. Hierin toch houvast vinden en zelf de betekenis geven, dat maakt het zo aantrekkelijk.

Een kayari buta, afkomstig van Kokoro media:


Noot: Dit is geen big die op het pottenbakkerswiel is gedraaid. Door de rimpelingen moet je wel in dat effect geloven. Bij gebrek aan een betere foto.

De big steelt uiteraard de show waardoor de lijnen op het buikje niet de centraal staan in het ontwerp. Ik waardeer ze alsnog.

Hiermee begint mijn missie. Die lijnen wil ik ook kunnen verwerken in wat ik maak. De zichtbaarheid dat het werk niet is gepolijst tot perfectie (westers!) maar ook weer niet zo grof dat het eruit ziet als een kleuterwerkje van een volwassene. Die toevoeging, van een volwassene maakt al het verschil. Kleuterwerkjes gemaakt door kleuters zijn namelijk heerlijk om naar te kijken.
Met de missie komt ook de eerste hindernis. Het lukt niet. Mogelijk komt dat omdat het mijn eigen imperfecties zijn en ik daarom niet gewend ben om ze in een ander, mooier licht te zien. Het voelt te gemaakt. Niet alsof het vanuit de kunst gebeurt, maar wel met gekunstelde intentie om het na te maken.

Let wel, ik gebruik zelf geen wiel. Dus die spiraal is uitgesloten. Alles wat ik maak doe ik door te handvormen. In eerste instantie wilde ik veel liever achter het wiel. Waarom? Dat had te maken met het stereotype van een pottenbakker. Maar na een workshop handvormen had ik door dat dit een prima basis is om het materiaal te leren kennen.
Inmiddels wil ik het wiel niet meer. Op een wiel kun je alleen gedraaide en dus ronde vormen maken. Terwijl handvormen álle vormen toestaat, inclusief de verschillende technieken om klei eerst leerhard te laten worden, alvorens een constructie of textuur te maken.

Mijn vermoeden is dat ik minder moet doen. Wijzer zijn en weten wanneer los te laten, in plaats van vast te pakken. Want wat ik bewonder, is de afwezigheid van een afwerking. Het uitblijven van die perfectie. Dit is Ma voor mij. De leegte, de afwezigheid, de stilte, de pauze. Het is dat wat contrast aanbrengt. In plaats van meer van iets te willen, ga ik proberen terug te schakelen naar minder.

Hier volgt niet de beste foto, maar het is beeldvormender dan geen foto:

Bij de lessenaar staat de filosoof Michel Dijkstra. Hij schreef meerdere boeken over oosterse filosofie en westerse mystiek. Ik zag hem op een avond van de Kultuurwerkplaats in Oosterbeek en ik vond hem al snel een ontzettende nerd. Voor wie mij niet kent: dat is de S-tier in mijn innerlijke hiërarchie.
In zijn lezing kwam het niet-doen terug. Niet te verwarren met niets doen. Hierbij dacht ik aan Sartre met Het zijn en het niet (L’Être et le Néant). Vanwege het existentialisme en mijn ervaringen, ben ik nieuwsgierig naar dat niet-zijn en daarmee ook naar het niet-doen. De grens opzoeken tussen aan- en afwezig, dat vind ik interessant. Daar wil ik een andere keer graag meer over schrijven.

Maar voor nu, even het niets:

CHONGQINGPUNK

Met zijn zonnebril, wandelstok en grunge outfit zag hij eruit alsof hij uit Cyberpunk kwam. Op het Youtube kanaal staan allemaal shorts met geknipte uitspraken in een megalomane stad in Chonqing China. De beeldkwaliteit is laag, waardoor ik lang staarde om te beoordelen of ik nu naar AI materiaal keek of niet. Maar Peter -het doet de Cyberpunk vibe geen recht- bestaat echt. In zijn long form content heeft hij heldere glazen en iets daaraan ziet er verkeerd uit. Het zijn de shorts die me intrigeren.

In korte video’s worden onsamenhangende uitspraken bij elkaar geplakt. Of, nou ja, onsamenhangend… Probeer de samenhang te zoeken en dan ontdek je jouw eigen gedachten. Ik vind het geweldig. Een wending na iedere zin.

Een voorbeeld.
https://youtube.com/shorts/is13UFEhfBI?si=Naeeck1__z0wqNnB (12 sec.)
https://youtube.com/shorts/bJB5jiWin5c?si=d-vN6Q7z44NNxL81 (20 sec.)

Ik entertain het idee om eens een soortgelijke video te maken. Maar ik zou niet eens weten waar je begint om een script te maken. Is het een filosofisch idee, waarover je losjes schrijft en dan de interessante zinnen highlight om ze aan elkaar te knopen? Het klinkt als een plan. Ongetwijfeld heb ik outfits in de kast liggen die een stilistische draai geven aan het personage. Want dan ben ik niet mezelf, stel ik voor. Alleen nog een zonnebril, of iets dat het laat lijken alsof je met een AI te maken hebt. En in mijn geval misschien ook een pruik…

Let’s go!

Leven in het seizoen

Japan kent 72 microseizoenen verdeeld in 24 thema’s. Ze worden gekenmerkt door de natuurlijke momenten van het jaar. Van bloeiende irissen tot haviken die leren vliegen.
Vanaf 23 augustus zitten we in Shosho, waarin de hitte begint te dalen en de rijst begint te rijpen. Gisterochtend was het zes graden en sloot ik de deuren tegen de tocht.
Vandaag zou het weer 27 graden worden met zon. Ik vrees dat de microseizoenen niet helemaal meer kloppen door klimaatverandering.
Vanaf 8 september start Hakuro, dat met drie microseizoenen in het teken van witte dauw staat. Ook vertrekken dan de zwaluwen.

Alle microseizoenen: Japan’s 72 Microseasons | Nippon.com

Ik organiseer mijn agenda zodat ik meer ‘in het seizoen’ kan leven. Hiervoor zitten er bij iedere maand bladwijzers waarop de groente van het seizoen op de ene kant staat, en het fruit op de andere. Die gebruiken we voor het bedenken van het avondeten of het schoolfruit. Appels en peren zijn bijna altijd in season in Nederland. Ik vind het vooral leuk om herinnert te worden aan rabarber, aardbeien en asperges.

In januari plan ik ook de jaarlijkse taken in. Zoals een voorjaarschoonmaak waarin we ook de kelder leegtrekken en de dakgoten die in de herfst een paar keer gecheckt en schoongemaakt moeten worden. Wanneer wil ik mezelf herinneren aan de voorbereiding voor feestdagen en verjaardagen? Een goede voorbereiding is het halve werk.
Voor mijn gevoel vliegen de jaren steeds sneller voorbij. Door frequent naar de natuur te kijken krijg ik meer grip op het verstrijken van tijd. Want als je niet bewust bent, is het moment voorbij. Verassend genoeg kijk ik op jaarbasis om in het moment te kunnen leven.

Die manier van plannen ontstak het idee om een agenda te ontwerpen. Eentje in thema met het (micro)seizoen. Inclusief voorgestelde bezigheden, (filosofische) citaten, bloei- en oogstperiodes. Niet om strakker te plannen maar om in contact te komen met de natuur. Het is een project dat ik na mijn studie verder wil ontwikkelen. Ik verwacht januari 2027 niet te halen, maar 2028 is realistisch.


De week van de atoombom

Morgen is het tachtig jaar geleden dat de atoombom op Nagasaki viel. De eerste viel op 6 augustus 1945 op Hiroshima. Geschiedenis is niet helemaal mijn onderwerp. Dus wordt dit geen geschiedenis lesje.

Afgelopen week zag ik het artikel op nu.nl voorbijkomen: Waarom de atoombommen juist op Hiroshima en Nagasaki vielen | Achtergronden | NU.nl en gisteren kwam ik langs het fragment op Insta dat diepe indruk maakte. Ik sloeg het op, zoals ik tegenwoordig met alles doe wat me laat denken, zodat ik het later kan terugzoeken. Het zijn geknipte scenes uit de anime Barefoot Gen (1983) over de atoombom. Je ziet Little Boy vallen en hierna als eerst de mensen. Een postbode. Een oude man. Een moeder met een jong kindje op de rug. Na een flits verbranden ze binnen enkele seconden en landen als verkoold hoopje op straat. De moeder probeert haar kindje nog te pakken. Kinderen in klaslokalen worden geraakt door spattend glas. Pas daarna zie je instortende gebouwen en vallende bomen. Het is dat het een 2D animatie is, anders hadden deze beelden niet gekund.

Het fragment op Insta: https://www.instagram.com/reel/DLFTiOUTFR0/?utm_source=ig_web_copy_link&igsh=MzRlODBiNWFlZA==

Barefoot Gen kwam uit in 1983, in dezelfde periode als de film Grave of the fireflies in 1988, van Studio Ghibli. Die laatste ging over een bombardement, al was het niet de atoombom. Hier had ik geen idee van toen ik hem tijdens een griepje opzette rond 2012. Ik kende Studio Ghibli net van Spirited away en Tonari no Totoro en verwachte een kinderfilm. Koortsig ging ik door de eerste scene waarin de moeder van de hoofdpersonen verbrand in een gekunsteld ziekenhuis ligt.

Afgelopen jaar keken we het interview met een 92-jarige overlevende: https://youtu.be/r1O9XD55Z8w?si=kLFYgl4yh21_FbLy. We verwonderden ons over de objectieve blik waarmee Nishioka Hiroshi de gebeurtenissen omschrijft. Hij legt uit over de spanningen van de ABCD-line, een concept dat ik niet kende tot dit interview. Voor de uitleg dwing ik je het interview te kijken, want Nishioka Hiroshi legt het het beste uit. Spoiler: De D staat voor Dutch. Hoe hij zijn ervaringen verwerkt, door erover te spreken, niet te oordelen. Het is levenskunst.

In de voorbereiding voor onze Japanreis stond Hiroshima en het vredesmonument al op de kaart met een prikker. Het gebouw dat nog staat is ter herdenking aan de slachtoffers en voor vrede. Met deze week duw ik het prikkertje verder in het kurk. Ik wil erheen, om over te schrijven.

Vanmorgen, voor het noteren van een uitspraak zocht ik naar de werken van Jules Deelder. Toen las ik dat zijn eerste poëzie op 11-jarige leeftijd werd neergepend:

Hoort, men werpt een atoombom

Wat ik niet maak

Het zweeft al even door mijn hoofd. Meer op de achtergrond maar ik heb besloten! Er komt een boekje aan. Dat betekent dat er ook een cover moet komen. Eerst wilde ik deze zelf maken, omdat ik weleens beelden maak die ik heel toevallig nooit deel op deze site. Maar ik maak dan ook niet per se wat ik wil maken. Dan heb ik er een beeld bij in gedachten en wat er in praktijk gebeurt lijkt er niet op. Het lukt niet. Ook kan ik niet altijd zien welke stappen er nodig zijn om wel te komen waar ik wil zijn en omdat dit geen fijn gevoel is, strandt het idee.

Maar soms kom ik wel beelden tegen in de wereld, die precies iets vangen zoals ik mooi vind. Het fijne hieraan is, dat ik niet naar een museum hoef te gaan om ze te zien.

Ronde bolletjes
Zoals de Mariaschool in Hoorn, waar ik afgelopen week langsliep. Het is een klassiek gebouw, dus even dacht ik dat het niet meer in gebruik was. Wel vond ik het speeltoestel erg nieuw ogen. Maar vervolgens stonden alle stoelen aan een kant van het lokaal naast een anatomisch skelet. Is het nu in gebruik of niet? Zeker de stilte van de zomervakantie liet de twijfel rondzingen.
De ronde bolletjes aan de gevel lieten me aan mijn jongste denken. Een rond bolletje met donkere, glinsterende oogjes. Zo lief en eenvoudig.

Umaji village
In het laatste vlog van MaigoMika (hier) documenteert ze Umaji, een yuzu dorp waar jaarlijks een yuzu festival wordt gehouden in november. Ter ere van de citrusvrucht. Ik had er al eens eerder over gehoord in een eerdere video en het bleef me bij omdat de borden van het festival in een karakteristieke stijl waren opgemaakt. Dit kwam terug in de docu over de fabriek van Mika omdat daar een miniatuur van het dorp staat, inclusief miniatuur borden. Ook de producten hebben een gelijke stijl.
Het lijkt zo kinderlijk simpel, die zwarte, lompe lijnen en een beetje groen en een beetje geel. En toch lukt het me niet om hetzelfde gevoel in krijt op papier te krijgen. Wat mis ik?
De drank ernaast lijkt met een linodruk bestempeld. De kartonnen dozen waarin je de flesjes krijgt aangeleverd ademen dit nog meer. Karton doet iets met de uitstraling en geeft er een handgemaakte sfeer aan. Drinken en een blij kind.

Cocomidori
De verpakking hieronder heb ik al eens eerder aangeraakt in de treinen van Japan.
Mijn speurtocht naar de illustrator heeft inmiddels wat opgeleverd. Danny heeft een website: dannyillustlation en hierop vraagt ze haar werk niet te delen. Daarom heb ik de productafbeelding van Daiyo gebruikt, en geen originele foto’s. Maar haar website… er staan zulke mooie beelden op! Verpakkingen, bergen, sneeuw en close-ups van daifuku en planten. Ze hebben iets fotorealistisch, maar ze weet wanneer ze het vel licht moet laten. Dat in aquarel en kleurpotlood. Heel precies tegenover de twee eerdere beelden.

Vanmiddag heb ik mijn kleurpotloden gepakt en weer weggelegd. Een tijd terug kocht ik spotgoedkoop twaalf Caran d’ache kleurpotloden in de kringloop. Ik vind het alleen niet helemaal eerlijk dat ze er een afbeelding opzetten die – als je het mij vraagt – nooit met maar twaalf kleuren gemaakt kan zijn. Vandaar het wegleggen, al bedenk ik nu dat ik misschien ook kon experimenteren met blends.
Ik heb mijn gouache gepakt (meer kleuren, makkelijker mengen) en ben begonnen aan vijvers met leliebladen. Begonnen.

Sul sul!

Het spel van mijn jeugd was de Sims van EA. Het simulatiespel waarin je een gezinnetje ontwierp om ze vervolgens op een kavel liet wonen. Het was ontzettend succesvol. Ook de uitbreidingspakketten werden aangeschaft. Dit vroeg het maximale van de dikke PC die op mijn kamer stond en heel soms crashte de boel volledig. Dan kon ik alles opnieuw installeren wat uren kostte.

Ook ik heb een kavel gevuld met grafstenen. Door het trapje van het zwembad verwijderen kon je sim niet ontsnappen. De afbeelding hierboven is niet van mij. Ik gebruikte het panterprintkleed nooit.
Mijn favoriete bezigheid zat in het uitbreidingspakket Abracadabra. Hier kon je een paddenstoelenrace lopen waarin je zo snel mogelijk tien paddenstoelen in jouw kleur moest tikken als sim. Je tegenstander probeerde er tien in de andere kleur te tikken.

Dit, en het bouwen van huizen met cheatcodes. Motherlode is mijn mantra! Hierna kwamen de Sims 2 en 3 uit, die ik niet kocht. Tot Sims 4. Hierin heb ik mijn woningen in nagemaakt om te kijken hoe de indeling eruit zou zien of hoe een verbouwing plaats maakte voor de nieuwe keuken. In de coronaperiode, toen ik geen extra tijd ervaarde – maar wel bakken met stress – las ik dat spelen het ultieme tegengif is voor stress. Dus begon ik in de avonden ons gezin na te maken in de Sims. Wat best gek is. Ontsnappen aan je leven door je leven na te maken in de Sims.

Het mooie is dat gods perspectief. Jouw viewer zweeft namelijk van bovenaf door de muren van het huis. Zo zie je het humeur van je sim verslechteren naarmate ze niet gegeten, gedoucht of geslapen had. Ook socialiseren en plezier hebben een eigen metertje dat niet rood moet blijven. Logisch, maar zo benaderde ik mijn eigen leven niet. Soms dronk ik door de hoofdpijn (prikkel) of baalde ik van een slechte nacht (oordeel). Als ik nu mijn health bars zou tekenen en weet wat ik kan doen om alles groen te krijgen…

Dan ben ik er nog niet. Want er zijn er ook stemmingen. Die worden bepaald door het karakter en maakt dat ze stemmingen hebben waar ze makkelijker in raken. Daarbuiten is de wereld, die je inspireert of ongemak laat ervaren. In de sims raken mensen angstig als het onweert en geïnspireerd als ze naar het museum gaan of een boek lezen. Ook voelen ze jaloezie en ongemak als het gesprek niet helemaal lekker loopt. Hoe herkenbaar!

Als ik mijn karakter namaak, dan mag je maar twee karaktertrekken kiezen. Meestal kies ik ‘goed’ en ‘creatief’. Creatief hangt samen met hobby’s en geïnspireerd raken. Net als in het echte leven. Goed, is echter niet zo eenduidig. Het is niet ambitieus. Het is niet snel tevreden. Ook in het spel is hij niet zo interessant. Daarom pak ik het fandom erbij om te zien wat het precies betekent. Naast andere interacties: “They are the only Sims to become angry should they become grounded, while others become tense.” Deze regel laat me puzzelen. Misschien zit er meer in, maar ik kan het nog niet echt plaatsen.

Omdat ik de eerste versie zo lang speelde, zet ik de BGM ervan nog wel eens op als ik snel iets wil aanklikken.

The Sims – Complete Soundtrack

Productiviteit als meetlat

Onlangs zei ik hardop dat ik moeite had met het spanningsveld tussen zijn en productiviteit. Aan de ene kant wil ik dat er zijn, voldoende is. Dat ik hierbij niets extra hoef te doen om tevreden te zijn met mezelf. Dit betekent dat een dag niks doen prima is.
Aan de andere kant ben ik vaak tevreden als mijn dag productief was. Het gevoel dat je veel hebt gedaan, plekken gezien, dingen bereikt. Dan maakt het vaak niet uit wat het was, als het maar veel was. De keuken opruimen, essay schrijven, de hele stad verkennen.
En toch zou ik dan weer willen dat ik met minder genoeg nam. Rustig door die stad slenteren en me goed voelen ook als ik een dag in loungewear niet buiten kom. Vandaag was de bijzondere mix van veel doen maar dan in mijn roze sweater en matchende joggingsbroek. Waardoor ik vergat waarom productiviteit een meetlat was waarmee ik niet wilde meten. Zou het kunnen, dat ik in de zwart-wit drogreden trap? Dan zijn productiviteit en zijn geen uitersten van een glijdende schaal, maar kunnen ze naast elkaar bestaan. Het wordt er in ieder geval niet makkelijker van.

Your logical fallacy is black or white

Megumi no hito – Rats and Star

First take is vergelijkbaar met Tiny Desk Concerts, behalve dan dat de performance in een opname (first take) wordt gedaan. De video die ik hier bespreek was de eerste die ik op een avond aanklikte.

Wat start is een inleiding van de charmante Masayuki Suzuki, de man in het midden. Hij wordt de king of lovesongs genoemd. De kleding wordt even uitgelegd en dan vooral waarom hij de enige met een jasje is. Hij stelt de andere heren voor, die zijn vrienden van de basisschool zijn. De totale band Rats & Star is nog groter en krijg je soms in shots te zien. Hier staan geen mannen op leeftijd en dat wordt duidelijk omdat de uitvoering van het nummer nog sterker lijkt dan wanneer het uitkwam in de jaren tachtig. Ik was zwaar onder de indruk!


Megumi no hito betekent letterlijk brandweerman/vrouw maar was in de jaren tachtig taalgebruik voor een vrouw met veel rokerige make-up. Ik denk dan aan smokey-eyes. In het nummer is deze megumi no hito de vrouw van de zomer. Er wordt mythisch over haar gesproken op het strand en verovert harten alleen al door de blikken die ze werpt. Maar in plaats van oppervlakkig of makkelijk, vinden de mannen haar alleen maar mooier. Ik beeld me in hoe het er toen moet hebben uitgezien. Stranden gevuld met felle, hoog uitgesneden kleding en getoupeerd haar. Het zijn de verhalen van mijn vader en ooms die de rest inkleuren.
Masayuki Suzuki spreekt me aan. Ik lijk er niet op in genoeg manieren. Met het gehele genre van lovesongs had ik niets. Behalve dan het gevoel van invloed op de omgeving. Wat bedoel ik dan? Voorbeeld: ondanks mijn kleine afmeting en gebrek aan volume, kan ik me goed de olifant in de porseleinkast voelen. Klinkt destructief. Is het niet. Het gaat om het gevoel dat je een stap zet en heel wat teweeg kan brengen. Met een enkele opmerking de toon bepalen. Dat gebeurt niet altijd intentioneel, ik ben immers een olifant, daar doe ik niks aan. Helaas vertaalt het niet altijd lekker naar de buitenwereld. Ik ben geen doo-wop dandy met een zonnebril. Het feit dat ik een vrouw ben met een redelijk vrouwelijk voorkomen maakt het voor veel mensen onmogelijk om me met het charisma van een man als Suzuki te vergelijken. De ogen van megumi no hito staan mij natuurlijker en is de afgelopen tijd een inspiratiebron geweest als ik ’s ochtends voor de spiegel stond. Toch voel ik in mijn innerlijk leven geen verschil en staar ik op meeste dagen terug naar de olifant in de spiegel.

Een oude droom

Disclaimer: Schrijversblindheid! Deze tekst is nog niet teruggelezen op mogelijke gaten aan informatie om er een lopend verhaal van te maken. Nu bestaan de teksten op deze site op voorwaarde dat er geen lezer is.

Middenin mijn studententijd kreeg ik een bedrag op mijn bankrekening. Ik was vergeten dat dit kwam en had ineens geld om een vliegticket te kopen naar de andere kant van de wereld. Ik koos Japan en in het hostel ontmoette ik een Fransman en Amerikaan die beiden solliciteerden als docent Engels om daar te kunnen wonen en werken. De banen waren schaars, maar haalbaar. Ze bevolen me Genki aan, een studieboek Japans. In Nederland begon ik aan de lessen in het handboek.

Mijn relaties rond die tijd zagen vooral veel in een vakantie en ik duwde mijn zin niet door. In plaats daarvan tekende en schilderde ik met de beelden die me beïnvloed hadden. Koi karpers, bloesem en kayari buta. Hierna volgde een flitsrelatie en een ongeplande zwangerschap. In een periode van een paar weken was ik mijn relatie, huis en werk kwijt. De tijd die ik hiervoor terugkreeg stak ik in een tweede reis omdat het hierna een aantal jaar niet meer zo makkelijk kon. Soms dacht ik aan de fysieke afstand tot thuis. Die begon veilig aan te voelen en uiteindelijk kwam het uitzicht van de terugvlucht en waar ik naar terug ging. Mijn oudste werd geboren en mijn verwachting van de jaren erna klopte.

Op Youtube zag ik af en toe nog video’s voorbijkomen van mensen die in Japan waren gaan wonen en werken. Mijn rijinstructeur zei dat, als ik daarvan droomde, dat ik me toch door een co-ouderschapsstrijd moest worstelen om te vertrekken. Dat heb ik niet gedaan. Los van deze grootste hindernis, waren er nog meer die grotendeels met geld te maken hadden. Tussendoor las ik boeken zoals Clara and the sun (2021) van Kazuo Ishiguro, Tokyo Ueno Station (2014) van Yu Miri en Night train to the stars (1927) van Kenji Miyazawa. Een paar keer deed ik een poging om het Hiragana en Katakana alfabet te leren. Terwijl mijn tweede al was geboren las ik het drieluik Geleefde brieven, Prometheus en Ikaros (2012) van Floris van den Berg. In dit verhaal werkt de hoofdpersoon toe naar een studie in Japan. Het eerste boek stopt vlak voor vertrek. Ik sloeg het dicht en rumineerde. Dit was precies wat ik had willen doen maar niet deed. Ik heb een week rouwend door het huis gebanjerd voordat ik aan het volgende boek begon. Had ik dat maar eerder gedaan! Zonder spoilers kan ik zeggen dat het vervolg me troostte. Ik kon hiermee mijn droom niet doorleven, maar mijn terugkeer had ik nooit uitgedacht. Hiermee ontstond het idee om een filosofische reis te maken als afstudeerproduct voor mijn opleiding.

Dit is de fase waar ik nu in leef. Het idee is losjes gepeild bij een paar docenten. De Japanse lessen starten in september. Japanse filosofie (2024) van Michel Dijkstra wordt gelezen als een bijbel en mijn oude Lonely Planet is in stukjes geknipt. Het nieuwste reisboek is gereserveerd in de bieb. Vanmorgen zat ik in een workshop Succes boeken met je boek van Helga Aerssens. Mijn idee om een reisverslag te maken van een filosofische reis werd steeds duidelijker een passieproject. De overweldiging die ik bij onuitgesproken angsten voelde is omgevormd in een haalbaar product dat ik neer kan zetten. Er kwamen veel concrete stappen uit, zoals een mock-up en het opstellen van een schrijfplan. Komend najaar ben ik in vorming. Oefenen in de droom.


Meegenomen kunst

Er zijn kunstwerken en kunstenaars die me bijblijven. Onlangs kwam ik de serie One van Pierre Sernet tegen, waarbij ik wist dat het werk was dat ik zou onthouden. Ik pak twee kunstenaars erbij.

Pierre Sernet met One
De fotoserie laat Guerrilla tea zien. Verschillende werelden die contrasteren met de schoonheid van de theeceremonie. Ik beeld me graag in dat hij iedere dag zijn ruimte opzet als protest tegen de snelheid van onze Westerse maatschappij. Maar niet alle foto’s hebben dit contrast. Sommigen staan midden in de natuur of op een plek waar je het om andere redenen niet verwacht. Allemaal hebben ze het moment gemeen.

De theekamer lijkt op de Tardis uit Doctor Who. Hij verschijnt, verdwijnt en is groter van binnen. Het acroniem, Time And Relative Dimension In Space, lijkt ook goed te passen.

Bekijk vooral de serie op: One – Pierre Sernet en zie de beelden naast elkaar staan.

Foto uit de serie One van Pierre Sernet


On Kawara (1932-2014)
Mijn held sinds mijn kunstacademietijd. Destijds kende ik hem van zijn brieven die hij naar vrienden stuurde. Er stond niet veel op “I AM STILL ALIVE” en dat leek soms het enige dat we van deze mysterieuze kunstenaar wisten. Want hij kwam niet opdagen bij zijn tentoonstellingen. Dat we weten dan.
In andere werken schilderde hij de datum. Als het schilderij niet af was voor twaalf uur ’s nachts, moest het vernietigd worden en zo zijn er allemaal losse data aan een muur verschenen. Zo kaal maar geestprikkelend om over na te denken. Hieronder een voorbeeld. Op de dag dat hij dit schilderde zat ik in de luiers.

Er was ook post met de exacte tijd dat hij opstond. Ik vraag me af of hij dit gestempeld heeft of een stencil gebruikte. Het werk geeft geen gezicht maar is tegelijk persoonsgebonden.



Het feit dat zijn post kunst was en kunst post kon zijn intrigeerde.


Als ik hierover schrijf krijg ik zin om kunst te maken. De grenzen te verkennen van wat kunst kan zijn. En ik hou ervan om brieven te schrijven.

Ik heb nog steeds niet over de brieven van meneer Kaor geschreven…