Japan kent 72 microseizoenen verdeeld in 24 thema’s. Ze worden gekenmerkt door de natuurlijke momenten van het jaar. Van bloeiende irissen tot haviken die leren vliegen.
Vanaf 23 augustus zitten we in Shosho, waarin de hitte begint te dalen en de rijst begint te rijpen. Gisterochtend was het zes graden en sloot ik de deuren tegen de tocht.
Vandaag zou het weer 27 graden worden met zon. Ik vrees dat de microseizoenen niet helemaal meer kloppen door klimaatverandering.
Vanaf 8 september start Hakuro, dat met drie microseizoenen in het teken van witte dauw staat. Ook vertrekken dan de zwaluwen.
Alle microseizoenen: Japan’s 72 Microseasons | Nippon.com
Ik organiseer mijn agenda zodat ik meer ‘in het seizoen’ kan leven. Hiervoor zitten er bij iedere maand bladwijzers waarop de groente van het seizoen op de ene kant staat, en het fruit op de andere. Die gebruiken we voor het bedenken van het avondeten of het schoolfruit. Appels en peren zijn bijna altijd in season in Nederland. Ik vind het vooral leuk om herinnert te worden aan rabarber, aardbeien en asperges.
In januari plan ik ook de jaarlijkse taken in. Zoals een voorjaarschoonmaak waarin we ook de kelder leegtrekken en de dakgoten die in de herfst een paar keer gecheckt en schoongemaakt moeten worden. Wanneer wil ik mezelf herinneren aan de voorbereiding voor feestdagen en verjaardagen? Een goede voorbereiding is het halve werk.
Voor mijn gevoel vliegen de jaren steeds sneller voorbij. Door frequent naar de natuur te kijken krijg ik meer grip op het verstrijken van tijd. Want als je niet bewust bent, is het moment voorbij. Verassend genoeg kijk ik op jaarbasis om in het moment te kunnen leven.
Die manier van plannen ontstak het idee om een agenda te ontwerpen. Eentje in thema met het (micro)seizoen. Inclusief voorgestelde bezigheden, (filosofische) citaten, bloei- en oogstperiodes. Niet om strakker te plannen maar om in contact te komen met de natuur. Het is een project dat ik na mijn studie verder wil ontwikkelen. Ik verwacht januari 2027 niet te halen, maar 2028 is realistisch.
The dead door James Joyce (1914)
Als je besluit meer te willen lezen dan krijg je ineens een lijst aan schrijvers toegeschoven die ik nog niet eerder had gelezen. Waarbuiten dan de middelbare school zou je James Joyce, Franz Kafka en Leo Tolstoj lezen? En ik dus ook daarbinnen niet. In mijn Engelse les slenterden we door Kite runner (2003) van Khaled Hosseini. Wat een indrukwekkend verhaal was, maar veel moeite kostte om me erin te verplaatsen. Net voor het opzoeken van het jaartal zag ik dat het boek in Amerika op het banned books project staat. Ineens ben ik dankbaar dat mij geen boeken onthouden zijn alleen maar omdat iemand er aanstoot aan neemt. Hierbij stond een verweer van Hosseini: “Ze zeggen nooit dat ik over dingen praat die niet waar zijn. Hun probleem is: ‘Waarom moet je over deze dingen praten en ons in verlegenheid brengen? Hou je niet van je land?'” Het is het eerste deel van die uitspraak, dat ik interessant vind. Waar gaat het eigenlijk over als er feitelijk geen onwaarheden zijn?

Noot: dit is nog een mooie afbeelding die ik van Joyce kon vinden. In andere beelden was het niet zo’n charismatische man als ik in gedachte had.
Maar dus ook Joyce, wiens naam ik tegenkwam in Everything is tuberculosis (2025) omdat Joyce de symptomen van consumption had. Er volgde hierna nog een verwijzing waardoor ik las dat hij een short story genaamd The dead had geschreven. Je kunt het gratis lezen:
The Dead by James Joyce. Van goede verhalen, worden graag films gemaakt. Ook gratis te kijken: https://youtu.be/Rkos62UPwVk?si=8lcOFFNY_BSRpgov op Youtube.
Ik vind het leuk om de diepgang in te gaan. Dus eerst de tekst, dan de film en als laatste de reflectie in video essays. Maar niet voordat ik mijn eigen gedachte erover opschrijf.
Mijn vermoeden was dat het verhaal om een paar specifieke overledenen zou draaien. Niet te concreet en direct. Die tijd staat niet bekend om simpele verhalen en overduidelijke symboliek. Voor ons dan, destijds hadden mensen een gemeenschappelijke beeldtaal waar wij nu nauwelijks nog in kunnen komen. Laat ik het zo stellen: met dat mijn verwachting niet klopte, was ik verast.
Vergankelijkheid was wel een duidelijk thema dat op verschillende manieren terugkwam. Ik begreep het niet altijd zo goed uit de (geschreven) dialogen, ook omdat ik soms moeite had met het volgen van de personages. Dat komt er gratis bij als je af en toe leest nadat de kinderen op bed liggen en de koffie van overdag niet strekt tot de avond.
In de film was dat makkelijker. Al was het maar omdat het verhaal dan wordt gepropt in anderhalf uur. (Ook die heb ik in delen gekeken omdat de kinderen rondliepen.) Naast de taal heb je de uitdrukking van de acteurs die bevestigend werken.
Is het gelezen / gekeken / geen probleem om spoilers tegen te komen? Lees verder:
Freddy
Wat een grote aanwezigheid had in de short story, was in de film een klein opdondertje met een kapsel en snor dat me aan een schnauzer deed denken. Zie onderstaande stil uit de film:

Al had hij daardoor wat meer charme in de film. De anderen vreesden zijn dronken komst, terwijl ze toch luisterden naar wat hij te zeggen had. Ik zag de ogen alleen nog net niet naar achteren rollen. Als dit een beschonken vent moet zijn, dan is het er in ieder geval nog een met ideeën.
De innerlijke dialoog van Gabriel
Deze is cruciaal voor het personage aan het einde van de film en delen ervan worden gesproken over het beeld. Toch is dat nog niet de helft van de gedachtestroom in de short story. Dat Gabriel eigenlijk borrelde van binnen zie je niet. Als je bij borrelde woede of opwinding verstaat: beide zijn juist. Vanuit de ogen van de filmdirector begrijp ik die keuze. Er is al een breuk door de gedachten hardop uit te spreken, om ook die laag dan nog aan te brengen is lastig. Het breekt ook met vergankelijkheid als thema. Ik ben heel benieuwd of dit nog in andere video essays terug gaat komen.
Do it tomorrow (2006)

Dit boek stond op het veel te korte verlanglijstje van mijn man en kreeg hij voor vaderdag. Hij is het type dat de boeken die hij wil onderzoekt voor aanschaf en zo ook dit boek. Mark Forster is ziek. Ik weet niet meer precies wat hij heeft. Wel dat het een slechte prognose had en ik liever nu een boek koop, dan later. Dan gaat de opbrengst nog naar hem. Lang verhaal kort: Mijn man had veel aan het boek en nu lees ik het.
Veel is momenteel niet op mijn werkend leven van toepassing. Soms grap ik dat ik met pensioen ben. Soms ben ik tradwife. Mijn oudste noemt het: werkloos.
Het is allemaal niet juist. Ik studeer, loop stage en ben een belabberde huisvrouw.
Busy work
Maar… wat zeer waar is: momenteel ervaar ik mijn stage als uitdagend. Moeilijk. Soms, niet altijd. Het is dan makkelijker om wat Forster busy work noemt, te gaan doen. Werk dat eruit ziet als werk, maar niet het echte werk omvat. Dus e-mails beantwoorden, teksten schrijven. Terwijl, paradoxaal genoeg, het echte werk (filosoferen) eruit ziet alsof ik niks doe. Dit is nieuw.
Eerder heb ik werk wel eens moeilijk gevonden. Moeilijk omdat het veel nieuwe feitjes waren om te onthouden of omdat ik een vaardigheid moest gebruiken die me tegenstond. Vaker was het moeilijk om de hoeveelheid werk in een parttime bezetting te gieten en met ouderschapsverlof in nog minder uren. Het zorgde ervoor dat ik veel principes uit Do it tomorrow al toepaste. Maar echt uitgedaagd werd ik niet. Dat was prima, want mijn studie vulde de uitdaging aan.
Wat betekent dat ik tijdens deze stage voor het eerst wordt ingezet op mijn kracht. Waarvan ik dacht dat het eenvoudig zou zijn, blijkt het juist uitdagend/lastig. En dat is dus precies waar ik moet zijn.
Backlog
Momenteel zit ik in stap 1: Mijn complete achterstand (backlog) verzamelen. Op het schoolbord in de woonkamer staan taken in verschillende kleuren krijt op het bord. Het is nog niet volledig, want van creatieve projecten (paars) staan er maar drie op. Dat kan gewoon niet juist zijn!
School (geel) krijgt vorm. Soms vind ik de hoeveelheid overweldigend. Maar ik heb een jaar de tijd en alles staat er.
Huis (wit) is uitgebreider dan ik dacht. De taken duren langer en zijn duurder. Schuur en verf maar even de trap. Maak een meterkast. Leg leidingen om. Verf de woonkamer.
Maar, het is uitgeschreven en daarmee niet meer zo zwevend in mijn hoofd. De volgende stap, is het noteren van de tijd die ze kosten in minuten. Die tel je op. Delen door zestig. Maal het aantal uur dat je werkt op een dag en dan weet je hoeveel dagen het kost om de totale achterstand in te lopen. Ongemakkelijk?
Over zelfhulpboeken
In een video van [???] zag ik een kritiek op zelfhulpboeken. Ik heb even gezocht en ik kan de video zo niet vinden. Anyway: een psycholoog die argumenten gaf tegen het lezen van zelfhulpboeken. Eigenlijk had ik niet verwacht dat je ooit tegen het lezen van boeken kon zijn. Niet in deze hedendaagse tijd.
Maar mijn weerstand zat in zelfhulp. Want wanneer is een boek een zelfhulpboek? Ik zag The subtle art of not giving a f*ck (2016) Mark Manson in het rijtje staan. Leuk boek, meer een verzameling blogteksten, wat me inspireerde in haalbaarheid. Echter zou ik het geen zelfhulpboek noemen. Voor mij was dit non-fictie entertainment.
Ook werd het ‘oude wijn in nieuwe kruiken’ argument gemaakt. Dat geloof ik wel. Mijn eerste indruk was ook dat het dubieus is om met bestaande ideeën geld te verdienen. Toch is dit niet per se het hele verhaal. Zeker niet als ik filosofie als voorbeeld neem. In Filosofie voor een weergaloos leven (2018) van Lammert Kamphuis, neemt hij ons aan de hand met het denken van verschillende filosofen. Publieksfilosofie en zelfhulp. Het boek waardoor mijn interesse naar filosofie werd geboren. Dit moet een goed boek zijn geweest – voor mij – want ik had een filosofie vak op een vorige opleiding en daar is het vlammetje nooit gaan branden. Dat wijt ik ook een klein beetje aan de docent waarvan ik de naam niet meer weet. Hij stond er met overgave. Vast. Ik voelde er alleen niets voor.
