81 jaar geleden

Vorig jaar rond deze tijd las ik over de hibakusha. Vertaling: de getroffenen van de atoombom. Het is vandaag 81 jaar geleden dat Hiroshima werd geraakt door ‘Little boy’. Op 9 augustus 1945 viel ‘Fat man’ op Nagasaki. De manga en anime Barefoot gen heeft deze gebeurtenissen geconstrueerd. Ieder jaar zie ik een clip uit de anime voorbijkomen waarin je de bom ziet vallen en de nasleep op de grond.

Van vorig jaar herinner ik me dat mijn ogen op het beeldscherm van de laptop geplakt bleven. Meeste overlevenden hebben er weinig over gesproken. Wat er wel over is geschreven, getekend en gezegd is indringend. Er zijn boeken vol tekeningen ingescand. Voor een weergave, kan ik het interview hieronder aanraden. Nishioka Hiroshi is op het moment van het interview 92 jaar oud en maakte de atoombom in Nagasaki mee. Hij heeft een kristalheldere verwoording voor wat hij meemaakte. Daarnaast beschrijft hij de verklaring die eraan voorafging. (Klik op de afbeelding om naar Youtube te gaan.)

De rest van de dag zat mijn hoofd vol. Ik probeerde de verhalen te archiveren. Dat is te zien in de database die ik gebruik voor aantekeningen. Het werden er nogal veel. Dit is het punt waarop toegepaste filosofie me helpt. Dit jaar sta ik stil bij de atoombommen door kraanvogels te vouwen. Engaged knowledge door te doen-denken, in plaats van er alleen over te denken.
Duizend kraanvogels: senbazuru, werden gevouwen door Sadako Sasaki, die na de bom op Hiroshima leukemie kreeg. Ze vouwde duizend kraanvogels in de hoop op herstel. Volgens de mythe worden kraanvogels duizend jaar oud. Een streng van duizend kraanvogels zijn hiermee het teken van gezondheid en vrede geworden. In het Hiroshima peace memorial museum kun je zelf een kraanvogel aan de collectie toevoegen. In plaats daarvan vouw ik er nu eentje aan mijn bureau.

Klik op de afbeelding voor een tutorial om er zelf een te maken. Het enige dat je nodig hebt is een vierkant blaadje en de wil om de tutorial twintig keer te pauzeren om te zien wat er nou precies gebeurde.


Stopsteen

De sekimori-ishi. Hieronder leen ik de uitleg van Mori haar blog. Om hierna uit te leggen waarom dit geniaal is.

“WHAT IS “SEKIMORI-ISHI” (関守石)? -森のひとやすみ
It is placed on the branch road of the tea garden and means ‘Please refrain from entering here.’

SEKIMORI(関守)= “barrier keeper”
ISHI(石)= “stone”

It is also called TOMEISHI (止石)
TOME(止)= “stop”
ISHI(石)= “stone”

Exactly nature traffic sign.“
Er staan nog maar een paar posts op haar site, maar ik hoop dat ze eraan toevoegd.

De volgende woorden zijn weer de mijne:

Ja, de steen ligt inderdaad mooi in de natuur.

Nee, niet iedere gaijin (toerist) gaat snappen wat dit betekent. In mijn ervaringen in Japan spreken Japanners inderdaad geen Engels tenzij ze moeten. Maar aangeven wat de regels zijn is de zuivere uitzondering. Geen verlegenheid te bespeuren.
Zo ben ik ooit als zwangere aangesproken in het Japans omdat ik in de bus op een stoel zat die bedoelt was voor zwangere vrouwen. Mijn buik zal niet dik genoeg hebben geleken. Ik verstond deze man niet. Maar ik stel me voor dat, als ik mijn zwangere buik even goed had laten zien, deze man eindeloos door de grond zou willen zakken.

Terug naar de steen.

Hij doet me denken aan de steen uit Spirited Away (2001) van Studio Ghibli. In de film komt het gezin een steen met een gezicht tegen. Het passeren ervan brengt ze in een andere wereld, net zoals de ‘barrier keeper’. Het laat me afvragen of deze steen niet alleen iets tegenhoudt, maar een andere wereld aanwijst.
Zo wordt er veel rekening gehouden met de geesten in Japanse tuinen. Rode bruggen zijn vaak niet voor mensen, maar uitsluitend voor geesten. Als je de film kent, kun je hier nu weer een scene ophalen.
We kijken over de steen naar een plek die niet voor ons is. Is het vreemd dat ik het verfrissend vind dat er een tuin is die niet voor mensen is bedoelt?!

Het draait even niet om ons.

Hanamaru

Ze gaf me mijn blad terug. Met rode pen waren een paar hiragana gecorrigeerd. Blijkbaar zijn mijn sa (さ) en ki (き) toch iets te schuin geschreven. De begroetingen had ik goed vertaald. Die waren niet lastig. Onderaan stond een soort cirkel. Vergelijkbaar met de Nederlandse kringel die wij gebruiken als antwoorden goed zijn, maar dan rond.

Sowieso is een cirkel het symbool voor goed (maru) op een toets. Fout is, net als bij ons, een kruis (batsu). Maar toen ik zocht naar de decoratie rond de cirkel las ik over de hanamaru, de bloem die de docent tekent bij een perfecte score. Des te uitgebreider de hanamaru, des te beter je antwoord was.

Ik vind het mooi dat de waardering terug te zien is in de bloem. Dat hebben we op de Nederlandse scholen niet. Als de kringelslinger langer is, dan is dit geen teken van waardering. De moeite die in de hanamaru zit wel. Het duurt de docent langer om te tekenen, dus wordt er een duidelijk oordeel gevormd bij de docent. Die vervolgens een handeling heeft om waardering te uiten.
Het is klein. Kijk naar de moeite die wordt genomen. Iets groter, en we zien het terug in een e-mail versus een appje. Een kaart versus een e-mail. Een brief in plaats van een kaart. De moeite die iemand erin steekt toont de waardering.
In een samenleving waarin we geliefd willen zijn, zou je denken dat we meer brieven schrijven.

Perfect days (2023)

Een film van Wim Wenders.
Een tekst met spoilers.

Een film die doorsijpelt. Perfect days neemt je mee in het leven van Hirayama die voor The Tokyo Toilet werkt. Op het eerste gezicht een eenvoudig bestaan. Vroeg op. Naar werk met een blikje koffie uit het automaat. Hard werken in alle stilistische toiletgebouwen die Tokyo kent. Ik overdrijf niet. De toiletgebouwen zijn ontworpen door architecten die er een hele kunst van hebben gemaakt. De meeste vindt je in de wijken Ebisu en Shinjuku. Hieronder licht ik er een paar uit:

Yoyogi Fukamachi Mini Park, door Shigeru Ban

Bron: The Tokyo Toilet

Er zijn meerdere varianten van dit gebouw. De kleurstelling is telkens anders. Het idee is dat de ruiten blinderen als je het slot bedient. Ik zeg idee, want ik las dat ze niet allemaal meer werken. Zonde!

Nabeshima Shoto Park, door Kengo Kuma

Bron: The Tokyo Toilet

Dit gebouw bevat ook een van mijn favoriete scènes uit de film. Het gebouw zelf heeft er niet veel mee van doen. Behalve dat het ook een van mijn favoriete toiletgebouwen is uit de hele serie. Hout is een populair materiaal. Zeker nu het een symbool is voor duurzaamheid. Meestal is die tijdelijkheid van een materiaal reden voor mij om er minder van te houden, maar in dit geval wint het materiaal van de hype.

Ik kwam er zojuist achter dat je de gebouwen in 3D kunt bekijken op de website. Uiteraard, zijn de foto’s ook van binnenuit genomen:

Ik had gehoopt dat de deur even was gesloten. Ik ben wel benieuwd of je van binnen nog naar buiten kunt kijken als het slot erop zit.

Wat een mooi stukje had moeten worden zodat jij, lezer, deze film gaat kijken, is vervormd tot een hommage aan toiletten. Tja, skibidi.

Ma – De leegte tussen de dingen

Ik werk met keramiek. Hierbij laat ik me inspireren door Japans keramiek zoals de kayari buta, de keramische big waarin een wierrook spiraal kan die muggen verjaagd. Ook kijk ik in musea graag naar de chawan, de kom waarin matcha wordt bereid. In die laatste nog meer dan de big, zijn de bewegingen van de maker zichtbaar.

Theekom van Ogata Kenzan, halverwege de 18de eeuw:


Volgens de beschrijving van het Metropolitan Museum of Art, staat deze chawan in het teken van nieuwjaar. De bladeren zijn van een naaldboom. Eigenlijk bungelt de afbeelding op het randje van wel of niet begrepen worden. Hierin toch houvast vinden en zelf de betekenis geven, dat maakt het zo aantrekkelijk.

Een kayari buta, afkomstig van Kokoro media:


Noot: Dit is geen big die op het pottenbakkerswiel is gedraaid. Door de rimpelingen moet je wel in dat effect geloven. Bij gebrek aan een betere foto.

De big steelt uiteraard de show waardoor de lijnen op het buikje niet de centraal staan in het ontwerp. Ik waardeer ze alsnog.

Hiermee begint mijn missie. Die lijnen wil ik ook kunnen verwerken in wat ik maak. De zichtbaarheid dat het werk niet is gepolijst tot perfectie (westers!) maar ook weer niet zo grof dat het eruit ziet als een kleuterwerkje van een volwassene. Die toevoeging, van een volwassene maakt al het verschil. Kleuterwerkjes gemaakt door kleuters zijn namelijk heerlijk om naar te kijken.
Met de missie komt ook de eerste hindernis. Het lukt niet. Mogelijk komt dat omdat het mijn eigen imperfecties zijn en ik daarom niet gewend ben om ze in een ander, mooier licht te zien. Het voelt te gemaakt. Niet alsof het vanuit de kunst gebeurt, maar wel met gekunstelde intentie om het na te maken.

Let wel, ik gebruik zelf geen wiel. Dus die spiraal is uitgesloten. Alles wat ik maak doe ik door te handvormen. In eerste instantie wilde ik veel liever achter het wiel. Waarom? Dat had te maken met het stereotype van een pottenbakker. Maar na een workshop handvormen had ik door dat dit een prima basis is om het materiaal te leren kennen.
Inmiddels wil ik het wiel niet meer. Op een wiel kun je alleen gedraaide en dus ronde vormen maken. Terwijl handvormen álle vormen toestaat, inclusief de verschillende technieken om klei eerst leerhard te laten worden, alvorens een constructie of textuur te maken.

Mijn vermoeden is dat ik minder moet doen. Wijzer zijn en weten wanneer los te laten, in plaats van vast te pakken. Want wat ik bewonder, is de afwezigheid van een afwerking. Het uitblijven van die perfectie. Dit is Ma voor mij. De leegte, de afwezigheid, de stilte, de pauze. Het is dat wat contrast aanbrengt. In plaats van meer van iets te willen, ga ik proberen terug te schakelen naar minder.

Hier volgt niet de beste foto, maar het is beeldvormender dan geen foto:

Bij de lessenaar staat de filosoof Michel Dijkstra. Hij schreef meerdere boeken over oosterse filosofie en westerse mystiek. Ik zag hem op een avond van de Kultuurwerkplaats in Oosterbeek en ik vond hem al snel een ontzettende nerd. Voor wie mij niet kent: dat is de S-tier in mijn innerlijke hiërarchie.
In zijn lezing kwam het niet-doen terug. Niet te verwarren met niets doen. Hierbij dacht ik aan Sartre met Het zijn en het niet (L’Être et le Néant). Vanwege het existentialisme en mijn ervaringen, ben ik nieuwsgierig naar dat niet-zijn en daarmee ook naar het niet-doen. De grens opzoeken tussen aan- en afwezig, dat vind ik interessant. Daar wil ik een andere keer graag meer over schrijven.

Maar voor nu, even het niets:

De week van de atoombom

Morgen is het tachtig jaar geleden dat de atoombom op Nagasaki viel. De eerste viel op 6 augustus 1945 op Hiroshima. Geschiedenis is niet helemaal mijn onderwerp. Dus wordt dit geen geschiedenis lesje.

Afgelopen week zag ik het artikel op nu.nl voorbijkomen: Waarom de atoombommen juist op Hiroshima en Nagasaki vielen | Achtergronden | NU.nl en gisteren kwam ik langs het fragment op Insta dat diepe indruk maakte. Ik sloeg het op, zoals ik tegenwoordig met alles doe wat me laat denken, zodat ik het later kan terugzoeken. Het zijn geknipte scenes uit de anime Barefoot Gen (1983) over de atoombom. Je ziet Little Boy vallen en hierna als eerst de mensen. Een postbode. Een oude man. Een moeder met een jong kindje op de rug. Na een flits verbranden ze binnen enkele seconden en landen als verkoold hoopje op straat. De moeder probeert haar kindje nog te pakken. Kinderen in klaslokalen worden geraakt door spattend glas. Pas daarna zie je instortende gebouwen en vallende bomen. Het is dat het een 2D animatie is, anders hadden deze beelden niet gekund.

Het fragment op Insta: https://www.instagram.com/reel/DLFTiOUTFR0/?utm_source=ig_web_copy_link&igsh=MzRlODBiNWFlZA==

Barefoot Gen kwam uit in 1983, in dezelfde periode als de film Grave of the fireflies in 1988, van Studio Ghibli. Die laatste ging over een bombardement, al was het niet de atoombom. Hier had ik geen idee van toen ik hem tijdens een griepje opzette rond 2012. Ik kende Studio Ghibli net van Spirited away en Tonari no Totoro en verwachte een kinderfilm. Koortsig ging ik door de eerste scene waarin de moeder van de hoofdpersonen verbrand in een gekunsteld ziekenhuis ligt.

Afgelopen jaar keken we het interview met een 92-jarige overlevende: https://youtu.be/r1O9XD55Z8w?si=kLFYgl4yh21_FbLy. We verwonderden ons over de objectieve blik waarmee Nishioka Hiroshi de gebeurtenissen omschrijft. Hij legt uit over de spanningen van de ABCD-line, een concept dat ik niet kende tot dit interview. Voor de uitleg dwing ik je het interview te kijken, want Nishioka Hiroshi legt het het beste uit. Spoiler: De D staat voor Dutch. Hoe hij zijn ervaringen verwerkt, door erover te spreken, niet te oordelen. Het is levenskunst.

In de voorbereiding voor onze Japanreis stond Hiroshima en het vredesmonument al op de kaart met een prikker. Het gebouw dat nog staat is ter herdenking aan de slachtoffers en voor vrede. Met deze week duw ik het prikkertje verder in het kurk. Ik wil erheen, om over te schrijven.

Vanmorgen, voor het noteren van een uitspraak zocht ik naar de werken van Jules Deelder. Toen las ik dat zijn eerste poëzie op 11-jarige leeftijd werd neergepend:

Hoort, men werpt een atoombom

Megumi no hito – Rats and Star

First take is vergelijkbaar met Tiny Desk Concerts, behalve dan dat de performance in een opname (first take) wordt gedaan. De video die ik hier bespreek was de eerste die ik op een avond aanklikte.

Wat start is een inleiding van de charmante Masayuki Suzuki, de man in het midden. Hij wordt de king of lovesongs genoemd. De kleding wordt even uitgelegd en dan vooral waarom hij de enige met een jasje is. Hij stelt de andere heren voor, die zijn vrienden van de basisschool zijn. De totale band Rats & Star is nog groter en krijg je soms in shots te zien. Hier staan geen mannen op leeftijd en dat wordt duidelijk omdat de uitvoering van het nummer nog sterker lijkt dan wanneer het uitkwam in de jaren tachtig. Ik was zwaar onder de indruk!


Megumi no hito betekent letterlijk brandweerman/vrouw maar was in de jaren tachtig taalgebruik voor een vrouw met veel rokerige make-up. Ik denk dan aan smokey-eyes. In het nummer is deze megumi no hito de vrouw van de zomer. Er wordt mythisch over haar gesproken op het strand en verovert harten alleen al door de blikken die ze werpt. Maar in plaats van oppervlakkig of makkelijk, vinden de mannen haar alleen maar mooier. Ik beeld me in hoe het er toen moet hebben uitgezien. Stranden gevuld met felle, hoog uitgesneden kleding en getoupeerd haar. Het zijn de verhalen van mijn vader en ooms die de rest inkleuren.
Masayuki Suzuki spreekt me aan. Ik lijk er niet op in genoeg manieren. Met het gehele genre van lovesongs had ik niets. Behalve dan het gevoel van invloed op de omgeving. Wat bedoel ik dan? Voorbeeld: ondanks mijn kleine afmeting en gebrek aan volume, kan ik me goed de olifant in de porseleinkast voelen. Klinkt destructief. Is het niet. Het gaat om het gevoel dat je een stap zet en heel wat teweeg kan brengen. Met een enkele opmerking de toon bepalen. Dat gebeurt niet altijd intentioneel, ik ben immers een olifant, daar doe ik niks aan. Helaas vertaalt het niet altijd lekker naar de buitenwereld. Ik ben geen doo-wop dandy met een zonnebril. Het feit dat ik een vrouw ben met een redelijk vrouwelijk voorkomen maakt het voor veel mensen onmogelijk om me met het charisma van een man als Suzuki te vergelijken. De ogen van megumi no hito staan mij natuurlijker en is de afgelopen tijd een inspiratiebron geweest als ik ’s ochtends voor de spiegel stond. Toch voel ik in mijn innerlijk leven geen verschil en staar ik op meeste dagen terug naar de olifant in de spiegel.

Een oude droom

Disclaimer: Schrijversblindheid! Deze tekst is nog niet teruggelezen op mogelijke gaten aan informatie om er een lopend verhaal van te maken. Nu bestaan de teksten op deze site op voorwaarde dat er geen lezer is.

Middenin mijn studententijd kreeg ik een bedrag op mijn bankrekening. Ik was vergeten dat dit kwam en had ineens geld om een vliegticket te kopen naar de andere kant van de wereld. Ik koos Japan en in het hostel ontmoette ik een Fransman en Amerikaan die beiden solliciteerden als docent Engels om daar te kunnen wonen en werken. De banen waren schaars, maar haalbaar. Ze bevolen me Genki aan, een studieboek Japans. In Nederland begon ik aan de lessen in het handboek.

Mijn relaties rond die tijd zagen vooral veel in een vakantie en ik duwde mijn zin niet door. In plaats daarvan tekende en schilderde ik met de beelden die me beïnvloed hadden. Koi karpers, bloesem en kayari buta. Hierna volgde een flitsrelatie en een ongeplande zwangerschap. In een periode van een paar weken was ik mijn relatie, huis en werk kwijt. De tijd die ik hiervoor terugkreeg stak ik in een tweede reis omdat het hierna een aantal jaar niet meer zo makkelijk kon. Soms dacht ik aan de fysieke afstand tot thuis. Die begon veilig aan te voelen en uiteindelijk kwam het uitzicht van de terugvlucht en waar ik naar terug ging. Mijn oudste werd geboren en mijn verwachting van de jaren erna klopte.

Op Youtube zag ik af en toe nog video’s voorbijkomen van mensen die in Japan waren gaan wonen en werken. Mijn rijinstructeur zei dat, als ik daarvan droomde, dat ik me toch door een co-ouderschapsstrijd moest worstelen om te vertrekken. Dat heb ik niet gedaan. Los van deze grootste hindernis, waren er nog meer die grotendeels met geld te maken hadden. Tussendoor las ik boeken zoals Clara and the sun (2021) van Kazuo Ishiguro, Tokyo Ueno Station (2014) van Yu Miri en Night train to the stars (1927) van Kenji Miyazawa. Een paar keer deed ik een poging om het Hiragana en Katakana alfabet te leren. Terwijl mijn tweede al was geboren las ik het drieluik Geleefde brieven, Prometheus en Ikaros (2012) van Floris van den Berg. In dit verhaal werkt de hoofdpersoon toe naar een studie in Japan. Het eerste boek stopt vlak voor vertrek. Ik sloeg het dicht en rumineerde. Dit was precies wat ik had willen doen maar niet deed. Ik heb een week rouwend door het huis gebanjerd voordat ik aan het volgende boek begon. Had ik dat maar eerder gedaan! Zonder spoilers kan ik zeggen dat het vervolg me troostte. Ik kon hiermee mijn droom niet doorleven, maar mijn terugkeer had ik nooit uitgedacht. Hiermee ontstond het idee om een filosofische reis te maken als afstudeerproduct voor mijn opleiding.

Dit is de fase waar ik nu in leef. Het idee is losjes gepeild bij een paar docenten. De Japanse lessen starten in september. Japanse filosofie (2024) van Michel Dijkstra wordt gelezen als een bijbel en mijn oude Lonely Planet is in stukjes geknipt. Het nieuwste reisboek is gereserveerd in de bieb. Vanmorgen zat ik in een workshop Succes boeken met je boek van Helga Aerssens. Mijn idee om een reisverslag te maken van een filosofische reis werd steeds duidelijker een passieproject. De overweldiging die ik bij onuitgesproken angsten voelde is omgevormd in een haalbaar product dat ik neer kan zetten. Er kwamen veel concrete stappen uit, zoals een mock-up en het opstellen van een schrijfplan. Komend najaar ben ik in vorming. Oefenen in de droom.


Meegenomen kunst

Er zijn kunstwerken en kunstenaars die me bijblijven. Onlangs kwam ik de serie One van Pierre Sernet tegen, waarbij ik wist dat het werk was dat ik zou onthouden. Ik pak twee kunstenaars erbij.

Pierre Sernet met One
De fotoserie laat Guerrilla tea zien. Verschillende werelden die contrasteren met de schoonheid van de theeceremonie. Ik beeld me graag in dat hij iedere dag zijn ruimte opzet als protest tegen de snelheid van onze Westerse maatschappij. Maar niet alle foto’s hebben dit contrast. Sommigen staan midden in de natuur of op een plek waar je het om andere redenen niet verwacht. Allemaal hebben ze het moment gemeen.

De theekamer lijkt op de Tardis uit Doctor Who. Hij verschijnt, verdwijnt en is groter van binnen. Het acroniem, Time And Relative Dimension In Space, lijkt ook goed te passen.

Bekijk vooral de serie op: One – Pierre Sernet en zie de beelden naast elkaar staan.

Foto uit de serie One van Pierre Sernet


On Kawara (1932-2014)
Mijn held sinds mijn kunstacademietijd. Destijds kende ik hem van zijn brieven die hij naar vrienden stuurde. Er stond niet veel op “I AM STILL ALIVE” en dat leek soms het enige dat we van deze mysterieuze kunstenaar wisten. Want hij kwam niet opdagen bij zijn tentoonstellingen. Dat we weten dan.
In andere werken schilderde hij de datum. Als het schilderij niet af was voor twaalf uur ’s nachts, moest het vernietigd worden en zo zijn er allemaal losse data aan een muur verschenen. Zo kaal maar geestprikkelend om over na te denken. Hieronder een voorbeeld. Op de dag dat hij dit schilderde zat ik in de luiers.

Er was ook post met de exacte tijd dat hij opstond. Ik vraag me af of hij dit gestempeld heeft of een stencil gebruikte. Het werk geeft geen gezicht maar is tegelijk persoonsgebonden.



Het feit dat zijn post kunst was en kunst post kon zijn intrigeerde.


Als ik hierover schrijf krijg ik zin om kunst te maken. De grenzen te verkennen van wat kunst kan zijn. En ik hou ervan om brieven te schrijven.

Ik heb nog steeds niet over de brieven van meneer Kaor geschreven…

De treinen van Japan

We zijn verslaafd aan de video’s van SoloTravelJapan op Youtube. Vooral de treinen van Shikoku, het kleinste van de vier grote eilanden van Japan, trekken onze aandacht. Dit eiland is niet toeristisch. De grote steden zoals Osaka en Kyoto liggen nog wat noordelijker en Tokyo al helemaal. Wacht. Ik pak de plaatjes er even bij.

Shikoku in rood:

De grote steden ter vergelijking:

Ik ben ben er nog niet geweest en wel van plan te gaan. Vandaar ook de video’s van SoloTravelJapan. Hij heeft de monogatari treinen gefilmd die op Shikoku rijden. Dat zijn ‘dinnertrains’ die af en toe vertragen in het mooie landschap, zodat je de reis en de omgeving in je op kunt nemen. Deze ritten draaien niet om het verplaatsen, maar de beleving. (Al is het wel mogelijk om de enkele reis te nemen.) Sommige treintjes rijden wat wobbelig en langzaam, maar dan gaan ze ook over een rustiek stukje spoor. Mogelijk leuker om te kijken dan te rijden.
Wat ons opvalt is dat de monogatari worden uitgezwaaid door personeel op het station, de lokale bevolking en soms zelfs een mascotte. Ook als het regent. Dan staan ze er met pluutjes. Deze treinen zijn geliefd. Tijdens de rit op een van de treinen passeren ze een kinderdagverblijf dat vol overgave zwaait. Het is verblijdend om te zien! Ik bewonder hoe dit ritueel wordt vastgehouden want eigenlijk is het een dienst die niets terug verwacht. Waarom doen we dat niet in Nederland?
Ik heb al eens gegrapt dat ik een groep vrienden en pompoms verzamel om op Utrecht Centraal helemaal uit ons dak te gaan. Maar dat snapt niemand…

Iyonada Monogatari op Shikoku.

Ik heb twee aanknopingspunten met Shikoku. Als eerste: Maigomika, ook een Youtube kanaal, is er woonachtig. Het zijn twee Canadezen die een akiya hebben op het platteland. Van hieruit maken ze video’s over het leven daar. Het is long form content en een voorbeeld van hoe ik zou willen filmen. Niet dat ik dat doe, maar het inspireert me wel. Vanaf begin 2025 heb ik alles gekeken van haar kanaal simpelweg omdat het me tot rust bracht. Inmiddels ben ik door de video’s heen en wacht ik rustig de volgende uploads af.

Het tweede aanknopingspunt: Mr. Kaor. Dit verhaal vertel ik later nog eens. Maar het komt er voor nu op neer dat ik brieven adresseer richting Kagawa, dat op Shikoku ligt. De gele prefectuur op de afbeelding hieronder.

Onlangs was ik in Rotterdam bij de Mono Japan Store. Hier verkopen ze de kaarsen in de afbeelding hieronder. Cute, maar ik wil alleen de verpakking. Dus heb ik ze maar niet gekocht. Achteraf heb ik er een klein beetje spijt van. Want van keramiek maak ik kleine altaartjes waar kleine kaarsen in horen. Alleen zijn de kaarsen die ik gebruik net wat te lomp. Deze hadden perfect geweest!
De trein op de doos zal elders rijden, want de kaarsen komen uit Shiga, dat op het vaste land ligt tussen Kyoto en Nagoya. Mogelijk vinden ze me raar, maar ik heb het bedrijf dat de kaarsen maakt een e-mail gestuurd met een vraag over de context.


Had je een verhaal over de shinkansen verwacht? Los van het technisch wonder, vind ik ze niet zo bijzonder. Ik ben eens met de nozomi gegaan en ja, het voelt snel met hele lichte turbulentie. Dat gevoel in je buik op de snelweg als je over een flauwe heuvel zoeft. Dat is alles.