Sinds de middelbare school begon ik te tekenen en te schilderen. Ik was dus niet zo’n prodigy dat het potlood al tijdens de geboorte vasthield. Mogelijk verklaart dat waarom mijn tijd op de kunstacademies geen succes was. Het heeft me wel gevormd. Dus als ik nu iets wil delen, tekeningen, foto’s, gouache, textiel, keramiek, etc. Dan doe ik dat hier.
Een film die doorsijpelt. Perfect days neemt je mee in het leven van Hirayama die voor The Tokyo Toilet werkt. Op het eerste gezicht een eenvoudig bestaan. Vroeg op. Naar werk met een blikje koffie uit het automaat. Hard werken in alle stilistische toiletgebouwen die Tokyo kent. Ik overdrijf niet. De toiletgebouwen zijn ontworpen door architecten die er een hele kunst van hebben gemaakt. De meeste vindt je in de wijken Ebisu en Shinjuku. Hieronder licht ik er een paar uit:
Yoyogi Fukamachi Mini Park, door Shigeru Ban
Bron: The Tokyo Toilet
Er zijn meerdere varianten van dit gebouw. De kleurstelling is telkens anders. Het idee is dat de ruiten blinderen als je het slot bedient. Ik zeg idee, want ik las dat ze niet allemaal meer werken. Zonde!
Nabeshima Shoto Park, door Kengo Kuma
Bron: The Tokyo Toilet
Dit gebouw bevat ook een van mijn favoriete scènes uit de film. Het gebouw zelf heeft er niet veel mee van doen. Behalve dat het ook een van mijn favoriete toiletgebouwen is uit de hele serie. Hout is een populair materiaal. Zeker nu het een symbool is voor duurzaamheid. Meestal is die tijdelijkheid van een materiaal reden voor mij om er minder van te houden, maar in dit geval wint het materiaal van de hype.
Ik kwam er zojuist achter dat je de gebouwen in 3D kunt bekijken op de website. Uiteraard, zijn de foto’s ook van binnenuit genomen:
Ik had gehoopt dat de deur even was gesloten. Ik ben wel benieuwd of je van binnen nog naar buiten kunt kijken als het slot erop zit.
Wat een mooi stukje had moeten worden zodat jij, lezer, deze film gaat kijken, is vervormd tot een hommage aan toiletten. Tja, skibidi.
Het zweeft al even door mijn hoofd. Meer op de achtergrond maar ik heb besloten! Er komt een boekje aan. Dat betekent dat er ook een cover moet komen. Eerst wilde ik deze zelf maken, omdat ik weleens beelden maak die ik heel toevallig nooit deel op deze site. Maar ik maak dan ook niet per se wat ik wil maken. Dan heb ik er een beeld bij in gedachten en wat er in praktijk gebeurt lijkt er niet op. Het lukt niet. Ook kan ik niet altijd zien welke stappen er nodig zijn om wel te komen waar ik wil zijn en omdat dit geen fijn gevoel is, strandt het idee.
Maar soms kom ik wel beelden tegen in de wereld, die precies iets vangen zoals ik mooi vind. Het fijne hieraan is, dat ik niet naar een museum hoef te gaan om ze te zien.
Ronde bolletjes Zoals de Mariaschool in Hoorn, waar ik afgelopen week langsliep. Het is een klassiek gebouw, dus even dacht ik dat het niet meer in gebruik was. Wel vond ik het speeltoestel erg nieuw ogen. Maar vervolgens stonden alle stoelen aan een kant van het lokaal naast een anatomisch skelet. Is het nu in gebruik of niet? Zeker de stilte van de zomervakantie liet de twijfel rondzingen. De ronde bolletjes aan de gevel lieten me aan mijn jongste denken. Een rond bolletje met donkere, glinsterende oogjes. Zo lief en eenvoudig.
Umaji village In het laatste vlog van MaigoMika (hier) documenteert ze Umaji, een yuzu dorp waar jaarlijks een yuzu festival wordt gehouden in november. Ter ere van de citrusvrucht. Ik had er al eens eerder over gehoord in een eerdere video en het bleef me bij omdat de borden van het festival in een karakteristieke stijl waren opgemaakt. Dit kwam terug in de docu over de fabriek van Mika omdat daar een miniatuur van het dorp staat, inclusief miniatuur borden. Ook de producten hebben een gelijke stijl. Het lijkt zo kinderlijk simpel, die zwarte, lompe lijnen en een beetje groen en een beetje geel. En toch lukt het me niet om hetzelfde gevoel in krijt op papier te krijgen. Wat mis ik? De drank ernaast lijkt met een linodruk bestempeld. De kartonnen dozen waarin je de flesjes krijgt aangeleverd ademen dit nog meer. Karton doet iets met de uitstraling en geeft er een handgemaakte sfeer aan. Drinken en een blij kind.
Cocomidori De verpakking hieronder heb ik al eens eerder aangeraakt in de treinen van Japan. Mijn speurtocht naar de illustrator heeft inmiddels wat opgeleverd. Danny heeft een website: dannyillustlation en hierop vraagt ze haar werk niet te delen. Daarom heb ik de productafbeelding van Daiyo gebruikt, en geen originele foto’s. Maar haar website… er staan zulke mooie beelden op! Verpakkingen, bergen, sneeuw en close-ups van daifuku en planten. Ze hebben iets fotorealistisch, maar ze weet wanneer ze het vel licht moet laten. Dat in aquarel en kleurpotlood. Heel precies tegenover de twee eerdere beelden.
Vanmiddag heb ik mijn kleurpotloden gepakt en weer weggelegd. Een tijd terug kocht ik spotgoedkoop twaalf Caran d’ache kleurpotloden in de kringloop. Ik vind het alleen niet helemaal eerlijk dat ze er een afbeelding opzetten die – als je het mij vraagt – nooit met maar twaalf kleuren gemaakt kan zijn. Vandaar het wegleggen, al bedenk ik nu dat ik misschien ook kon experimenteren met blends. Ik heb mijn gouache gepakt (meer kleuren, makkelijker mengen) en ben begonnen aan vijvers met leliebladen. Begonnen.
Er zijn kunstwerken en kunstenaars die me bijblijven. Onlangs kwam ik de serie One van Pierre Sernet tegen, waarbij ik wist dat het werk was dat ik zou onthouden. Ik pak twee kunstenaars erbij.
Pierre Sernet met One De fotoserie laat Guerrilla tea zien. Verschillende werelden die contrasteren met de schoonheid van de theeceremonie. Ik beeld me graag in dat hij iedere dag zijn ruimte opzet als protest tegen de snelheid van onze Westerse maatschappij. Maar niet alle foto’s hebben dit contrast. Sommigen staan midden in de natuur of op een plek waar je het om andere redenen niet verwacht. Allemaal hebben ze het moment gemeen.
De theekamer lijkt op de Tardis uit Doctor Who. Hij verschijnt, verdwijnt en is groter van binnen. Het acroniem, Time And Relative Dimension In Space, lijkt ook goed te passen.
Bekijk vooral de serie op: One – Pierre Sernet en zie de beelden naast elkaar staan.
Foto uit de serie One van Pierre Sernet
On Kawara (1932-2014) Mijn held sinds mijn kunstacademietijd. Destijds kende ik hem van zijn brieven die hij naar vrienden stuurde. Er stond niet veel op “I AM STILL ALIVE” en dat leek soms het enige dat we van deze mysterieuze kunstenaar wisten. Want hij kwam niet opdagen bij zijn tentoonstellingen. Dat we weten dan. In andere werken schilderde hij de datum. Als het schilderij niet af was voor twaalf uur ’s nachts, moest het vernietigd worden en zo zijn er allemaal losse data aan een muur verschenen. Zo kaal maar geestprikkelend om over na te denken. Hieronder een voorbeeld. Op de dag dat hij dit schilderde zat ik in de luiers.
Er was ook post met de exacte tijd dat hij opstond. Ik vraag me af of hij dit gestempeld heeft of een stencil gebruikte. Het werk geeft geen gezicht maar is tegelijk persoonsgebonden.
Het feit dat zijn post kunst was en kunst post kon zijn intrigeerde.
Als ik hierover schrijf krijg ik zin om kunst te maken. De grenzen te verkennen van wat kunst kan zijn. En ik hou ervan om brieven te schrijven.
Ik heb nog steeds niet over de brieven van meneer Kaor geschreven…
Van alle onderwerpen waarover ik nu iets zou kunnen schrijven, is geen ervan luchtig genoeg om losjes over weg te typen en dat is wel wat ik zoek. Sommige mensen kunnen dit omtoveren in iets grappigs, maar ik heb momenteel niet de ambitie om zo’n persoon te zijn. Wat blijft er dan over?
Dit is het punt waarop ik anderzijds zou stoppen. Dat klinkt dramatisch, maar in werkelijkheid overtuig ik mezelf ervan dat ik deze keer even skip en de volgende keer wel weer verder ga. Onschuldig. Behalve dan dat de drempel voor de volgende keer onbewust is verhoogd. (En de keer daarop en daarop.)
[RESET]
Willekeur: Utrecht vandaag. Anak gisteren. Toevallig feitje: zowel Jaro als Djati kwamen ter sprake in de docu. Krita voor het weekend… Stappen om beter te worden in tekenen. Dit is wel handig.
Creative kit Gisteren gaf ik een creative kit van Sakura cadeau. Hierin zitten een paar pennen en papier om aan de hand van een videoinstructie de samurai hieronder na te maken. Zelf heb ik deze kit (03) niet uitgeprobeerd, wel nummer 01, de kersenbloesem. Prima te doen. Maar omdat iedere kit is bedacht door een andere illustrator, besloot ik de video te kijken. Hoe gaat Cliff Deun je uitleggen waar de jingasa, de hoed, moet komen? Nou ja, zo. Best een slimme methode, dat grid, maar niet duidelijk zichtbaar op een kleine viewer op je telefoon. Dus hoe zou ik uitleggen hoe je beter leert tekenen?
Nou ja, zo. Door een stappenplan te geven van wat voor mij werkt. Hieraan vooraf moet ik wel een paar dingen definiëren. Over mijn vaardigheden zou ik zeggen dat ik “wel leuk teken”. Ik heb de basis over anatomie van mensen, gezichten en kleur meegekregen. Zelf teken ik portretten (mensen) of doe ik aan urban sketching. Hierover kan ik wat aanstippen maar het merendeel gaat over het algemene leerproces. Dus wil je beter tekenen? Skip dan de alinea hierna en ga door naar het stappenplan.
De alinea hierna. Skipwaardig, omdat ik de behoefte voel om even uit te leggen wat ik aan tekenen deed in mijn leven. De uitspraak dat mensen een potlood vasthadden zodra ze iets konden pakken gaat voor mij niet op. Op de basisschool vonden sommige kinderen dat ze iets niet goed konden tekenen en vroegen mij dit dan voor ze op te lossen. Zegt dat iets over mij? Mogelijk was ik er net iets beter in. Mogelijk was ik gek genoeg om hun werk te doen. Op de middelbare school liet ik mijn pianolessen en conservatorium intentie varen, wat betekende dat ik een nieuw ding nodig had dat van mij was: tekenen. Dat deed ik een tijdje voor mezelf totdat ik een studie moest kiezen. Als dit mijn ding is, dan hoor ik daar: op de kunstacademie. Vervolgens heb ik geen illustratie gekozen maar mode. Ik snap zelf niet zo goed waarom. Het was toen ook al geen goed idee. Na kunstacademie 1 en 2 waren er periodes dat ik nauwelijks iets maakte. Het kwam vaak terug in vlagen. Die werden gevuld met een medium zoals lino drukken of juist aquarel verf. Echt doorpakken deed ik niet. Nu ook nog niet. Nu kan ik alleen zeggen dat ik hobby’s verzamel. Per mijn laatste studie, dus rond mijn 28ste, ben ik consistent blijven maken. Inmiddels besef ik dat er een balans moet zijn in creëren en consumeren om mentaal gezond te blijven. Hier zijn veel voorwaarden aan verbonden, zoals dat er altijd een boek moet zijn. Fictie, non-finctie. Maakt niet uit. Iets. Het is een manier waarmee ik verbonden ben met de wereld om me heen. Zonder die verbinding raak ik in isolement in mijn hoofd. Oftewel: ik ben creatief uit noodzaak. Ben ik daar goed in? Maakt het uit?!
(Stappen)plan 1. Maak je werk twee tot drie keer. Hiermee bedoel ik hetzelfde beeld. De eerste keer ga je aan de slag zoals je denkt dat het hoort te werken. Idealiter bedenk je dit vooraf zodat je een plan hebt. Probeer die stappen eens uit en kijk wat er gebeurt. Hiervoor zou je niet veel langer moeten besteden dan een uur.
2. Als je eerste poging af is, pauzeer je. Neem letterlijk wat afstand van je werk en kijk. Wat op de kunstacademie niet (altijd) gebeurde maar wel is aan te raden: pak je notitieboek erbij en noteer de drie grootste verbeterpunten. Misschien had je jouw tekening anders op het papier moeten zetten. (compositie) Misschien is de kleur die je gebruikte niet juist, wachtte je niet lang genoeg voordat je de volgende laag aanbracht of bleek je inkt niet watervast. Misschien had je even een foto willen maken zodat je het moment achteraf nog kunt afmaken of opnieuw kan proberen. Misschien wil je de focus leggen op een specifiek onderdeel met kleur, scherpte, contrast, etc.
3. Voor de tweede keer maak je een schets om die compositie op te lossen. Je pakt inkt die wel houdt. Je maakt de foto. In deze poging neem je alle geleerde lessen mee en kijk je of dit beter werkt. Als je hiermee tevreden bent kun je stoppen. Zo niet, dan noteer je opnieuw de verbeterpunten en doet het nog een derde keer. Uit ervaring is na drie pogingen de grootste vooruitgang wel behaald. Als je dan nog niet tevreden bent, dan raad ik van harte aan om een ander beeld te kiezen via stap 4. Want de bak ontevredenheid die je dan hebt opgebouwd gaat het verschil niet maken in in poging vier, vijf en zes.
4. ConsuMEER. In die alinea die je oversloeg schreef ik over een balans tussen consumeren en creëren. Consumeren klinkt slecht in de context van 2025, maar kan je toch helpen. Je kijkt nu immers met wat kennis en ervaring naar wat anderen doen. Dus doe dat. Kijk of het je kan inspireren om iets soortgelijks zelf te proberen. Een ander perspectief gebruiken, andere kleuren, andere techniek. Iets anders dat jij nu ook wil proberen en geïnspireerd bent dat te doen. De valkuil is denken dat jouw werk nooit zo goed gaat zijn als dat van je held. Dus waarom zou je het nog proberen? Die gedachte ken ik. Door Insta scrollend terwijl ik al een uur geleden had willen slapen en dan werk tegenkomen dat meerdere fulltime weken kostte. Het tackelen van die gedachte is persoonlijk. Ik relativeer. Want als ik de gedachte uitdenk, zou ik dan vanaf nu fulltime weken willen steken in het maken van dit plaatje? En al het huiswerk doen wat eraan vooraf ging? Néh! Ik wil het nu kunnen zonder de eerlijke tegenprestatie te leveren. Soms sluit ik af met de gedachte dat ik blij ben dat ik mijn leven heb met alles dat erin zit.
Conclusie: one-on-one Op de WDkA was er een opdracht waarin je samenwerkte met een bestaande kunstenaar door werk over het werk te maken. Vervolgens maak je daarover werk op een andere manier. One-on-one-on-one-on-one-oneindig. Jij maakt wat. Je krijgt inzicht terug. Je kijkt naar het werk van anderen. Dat neem je mee. Je geeft een beeld terug. Eigenlijk ben je continu in verbinding met de wereld.
P.s. Geen eigen werk, dit keer. Kom nog maar eens terug.
De relatie tussen filosofie en kunst. Misschien ook wel de vertaling.
Ieder jaar sluit de kunstacademie af met een graduation show waar de afgestudeerden hun werk laten zien. Het ligt altijd bezaaid met visitekaartjes in de hoop dat iemand het werk ziet en er een mogelijke sale op volgt. Toen ik zelf in Rotterdam studeerde, werden de studenten verplicht om mee te helpen met de fashion show van de mode opleiding. Sindsdien heb ik een aantal graduation shows bezocht. Waaronder die in het jaar dat mijn vriendin Sonia afstudeerde. Bleek dat mijn zusje ook haar werk in het zelfde gebouw had liggen, maar het was me compleet ontgaan dat zij afstudeerde. Dat jaar heb ik de zus-van-het-jaar award niet gewonnen.
Let op! zoals dat soms pijnlijk duidelijk wordt: ik ben nooit afgestudeerd (van de kunstacademie). Wat betekent dat ik met heerlijke afstand tot het fenomeen kan schrijven. Het lijkt me dan ook vreselijk om werk naar buiten te brengen, voor anderen om te fileren. Zoals met deze teksten bijvoorbeeld. En zoals nu een patroon begint te worden; dat is een onderwerp dat nog een eigen tekst mag krijgen. Terug naar de boodschap: Ik ben bevooroordeeld wat kunstacademies en graduation shows betreft op manieren die ik niet altijd doorheb, en jij nu mogelijk wel.
Ze zijn een fenomeen op zich en vragen daarmee om een tekst. Vooral omdat ik al meer dan tien jaar geleden studeerde, en ik ze nog steeds bezoek. Inmiddels zie ik een paar key defining features:
– Vreselijke websites; – Schmutzig; en sinds een paar jaar; – Tijdsgebonden.
Vreselijke websites Dit punt is snel gemaakt. New Show – St. Joost Graduation Show 2025, Graduation Show 2025 – WdKA. Als was ik ook overhaast. De sites van Den Haag, Utrecht en Groningen zijn leesbaar. Saai, maar ‘functioneel’ is wel een begrip dat ik weer kan gebruiken. De illustratie van de WdKA maakte me zeeziek en bleef verwijzen naar informatie die ik niet vond (de inhoud van de show). Daarin tegen heeft Groningen (Minerva) een eigen webshop. Met één item en cadeaubonnen. Ergens snap ik het wel. Het is een kunstacademie dus dan moet de site kunstzinnig zijn. Ik heb me vaker afgevraagd wie die site vervolgens maakt, want de uitstraling van de site en marketing drukt een stempel op de show. Al vraag ik me nu ook af wie erop af komt. De WdkA (Rotterdam) vraagt om je aan te melden. Als bezoeker van de modeshow betaal je (€10.50) en voor de andere richtingen is het gratis. Bij de aanmelding wordt gevraagd welk type bezoeker je bent en ik val technisch gezien onder geen enkele noemer. Geen vriend of familie van een afgestudeerde, geen student aan de opleiding, geen alumnus, geen pers, geen ‘professional’. Al vraag ik me af wat ze met professional bedoelen. Als dit een filosoof is die inspiratie zoekt om te denken, dan kan ik daar nog onder vallen. Maar gaan ze er niet vanuit dat een ‘member of the public’ interesse heeft na het zien van de posters? In ieder geval niet na het zien van de website…
Schmutzig Als de academie wordt gebruikt voor de graduation show, dan ontkom je er niet aan dat je ook wat meekrijgt van de lokalen/werkplaatsen. Op de WdKA werd de hal jaarlijks gewit, maar dan nog zie je de verfdruppels en hars op de vloeren en soms de plafonds. Geen waardeoordeel. Want het lukt me niet om er een waarde aan te koppelen. Enerzijds vind ik het wat authentieks hebben. Je ziet wat er in de jaren ervoor aan voorafging en van alle kunstenaarshuizen die ik zag, was niet een minimalistisch ingericht. Anderzijds heb ik ook werk op externe locaties bekeken waar je niets meer van de academie ziet. Hoewel dat het gevoel van een professioneel museum geeft, voelt het ook steriel. Grote witte ruimtes werken in op je perceptie van de omgeving tot op het punt dat ik er soms duizelig van kan worden. Er is geen horizon als referentiekader, alleen een immense ruimte. De context van kunst doet wat met de beleving. Om die reden snap ik wel dat St. Joost studenten in het kloostergebouw willen blijven.
Tijdsgebonden Toen ik studeerde viel het begrip contemporary art vaak. Hedendaagse kunst. Ik heb me afgevraagd hoe je ‘hedendaags’ definieert. Want er was een duidelijk patroon onder kunstliefhebbers die konden aanwijzen wat contemporary was en wat niet. Als je naar de kunstacademie kwam om fotorealistisch te leren schilderen, kon je beter naar Italië gaan. In het meest gunstigste geval kon je gewoon doen wat je wilde en had je de ruimte om de vaardigheden te ontwikkelen, maar niet per se les daarin. Dit blijkt zeer Nederlands. Ik begreep dat je op andere kunstacademies buiten Nederland nog wel een niveau van stilleven moet behalen onder het credo “dit is de basis, dit moet je kunnen”. Wat contemporary precies is, is me niet duidelijk geworden. Wel zie ik veel werk dat draait om actuele thema’s zoals gender, AI, social media en klimaatverandering. Hoewel ze niet zijn opgelost binnen de komende generaties, zijn ze niet tijdloos. Wat vind ik hiervan? Het is mooi om relevant te zijn, maar ik merk ook dat ik niet zo intrinsiek verbonden ben met die thema’s. Duurzaamheid vind ik interessant en heeft zeker consequenties (veganisme als voorbeeld) maar het is niet mijn passion project. Als je de tijdsgeest kunt vangen in beeld, dan is dat geweldig. Dat is de vertaling van wat we denken naar kunst; dat wat we voelen. Toch hecht ik waarde aan tijdloosheid. Universele waarheden voor zover ze bestaan.
Mijn stageplan miste nog een beeld. Hiervoor koos ik een foto van Texel (2021), hieronder afgebeeld. Onderweg naar de zee. Want ik zie mijn stage en opleiding als een ‘op weg zijn’.
Maar zie ik mijn bestemming dan ook als de zee?
Gezien het thema van mijn stage, suïcidaliteit, wil ik niet het beeld oproepen om de zee in te lopen en nooit meer terug te komen. Maar in de context is het moeilijk om hier niet aan te denken. Een bias (Every Cognitive Bias in One Infographic).
Maar dat is het dus niet.
Wat het wel is: overweldigend. Ik heb de zee altijd met zinderende angst en ontzag bekeken. Een soort uitgestrekte grootsheid. Denk aan het schilderij Der Wanderer über dem Nebelmeer, 1818, van Caspar David Friedrich (1774-1840). Vertaald in het Nederlands is het Wandelaar boven de mist, maar in het Engels is het Wanderer above a sea of fog. Toch weer een zee.
Dit schilderij is een toonbeeld van de romantiek. Een tijd waarin wetenschappelijke kennis opkwam en het een romantische en spiritele tegenreactie kreeg. In dit schilderij voelen we “a feeling that we cannot comprehend” zoals James Payne het mooi verwoord in: https://www.youtube.com/embed/c3NmCvrUYUA?si=UtGe8QgElV2VKuBR
Zo zegt Payne dat het schilderij de kijker niets biedt om aan vast te houden. Het geeft een gevoel van zweven. Iedereen kent het gevoel van alleen zijn in de natuur op een uitkijkpunt.
Uit Pride and Prejudice (2005)
Uit Sherlock, the hounds of Baskerville (BBC, 2012)
Het kan een gevoel zijn van overgave, eenzaamheid of inkeer. Payne voegt empowerment toe aan de lijst. Zelf houd ik er een gevoel van overweldiging aan over. Leviathan, het woord dat ik ken als groots drijft naar boven. De herkomst blijkt relevant voor het beeld. Uit het Hebreeuws vertaald is Leviathan een grote zeeslang of zeemonster. Aquinas (1225-1274) beschreef Leviathan als de demon van jaloezie in Job 41:1-24. Het was immers een monster ongeëvenaard. Het is het symbool geworden van levensbedreigende kracht. Friedrich omschreef deze uitgestrektheid als het sublieme. Al weet ik niet zeker welke betekenis hij hieraan gaf. Een esthetische ervaring, dat zeker. Maar er zijn verschillen onder filosofen. Zo dacht Burke (1729-1797) dat het sublieme zonder werkelijke bedreiging is. Kant (1724-1804) zag het als iets dat we niet kunnen verbeelden, maar met behulp van de ratio toch kunnen vatten. Hij zegt niets over de dreiging.
Levensbedreigend en subliem. Een uiteenlopende, maar treffende omschrijving om de zee mee te vatten. Terwijl ik schrijf over mist/zee, keert mijn blik naar de toeschouwer. Want het is de verhouding tussen de toeschouwer en de res extensa, de waarneembare wereld, die hier centraal staat. Waardoor ik denk dat het niet draait om de zee, of om mij als waarnemer. Maar om de relatie tussen de stage en mijzelf.
Mother Nature cried “You are Leviathan, my child You are Leviathan inside” Mother Nature sighed “What hell is this I made this time? You are Leviathan in size”
Gisteren begon ik aan een klein projectje met textiel. Klein omdat het niet lang zou duren. Heb je ooit een one day build van Adam Savage gezien? Spoiler: ze duren zelden echt een dag. Ook was het klein omdat ik met mini steekjes een 100 yen munt borduurde op chinkat, ongebleekt katoen, mijn favoriete materiaal om geen toile mee te maken, maar een eindproduct. Ik vond een mooie afbeelding van de kersenbloesem op de achterzijde van de munt en begon.
Het duurde lang, maar dat vond ik niet erg. Er was immers het vooruitzicht dat het de moeite waard was. De avond ging voorbij en in gedachten puzzelde ik met de schaduw in stikjes. Als ik kijk, dan zie ik drie bloemen met boven en onder twee knoppen. Kijk ik door mijn wimperharen – de weinige die ik heb – dan zie ik vooral de schaduwen onderaan de rand en de stampers die een blur worden. Hiertussen moet ik een vertaling maken naar draad. Een doorlopende lijn leest rustiger en kijkt fijner, een doorbroken lijn is vergeeflijker voor foutjes. Het ging er niet om de bloesem na te maken, het was de kunst om de illusie te wekken dat het bloesem was.
Zo zag ik afgelopen week ook een video voorbij komen waarin onderstaand shot werd beschreven. Het komt uit een Ghibli film van Miyazaki. Het is beter te zien in de gif. Maar alleen de glinstering op de rotsen beweegt. Soms glijdt er een blad voorbij, maar het water is verder niet geanimeerd, alleen de reflectie erop.
Ik dacht terug aan afgelopen week. Toen had ik een gesprek op stage over mijn moeite om filosofische concepten uit te drukken in beeld. Hierop was de wedervraag of er dan niet iets als perfectionisme op de loer lag, en hoewel dat altijd een risico is, lukt het me slecht te verbeelden wat ik bedoel. Maar mogelijk is dat het probleem (naast perfectionisme). Het is de kunst om de illusie van het verbeelde te maken.
Nog een voorbeeld hiervan is Mondriaan. Hieronder staat de Victory boogie woogie. Bij Mondriaan stelde ik me strakke schilderijen voor. Maar toen ik onderstaande van dichtbij bekeek, zag ik hoe ‘slordig’ het geschilderd was. We denken rechte lijnen te zien. Duidelijkheid. Maar het is er niet uit opgebouwd.
Vandaag maakte ik het etuitje af. Het geduld was vertrokken en met de voering ging iets mis. Ik had ook niet echt zin om er nog voering in te zetten. Toch was het beter met. Het is persoonlijk, want ik kan er niet tegen als de voering niet aansluit aan de buitenlaag. Dan zit er nog ruimte tussen en dat.. voelt verkeerd? Vast heel persoonlijk. Het weinige kleingeld dat over was van mijn vorige Japanreis zit nu in dit etui. Mogelijk maak ik er nog een bevestiging aan, en dan kan hij aan mijn tas.
Het borduursel is groter dan een twee euromunt, maar niet heel veel. De etui is ongeveer 8 cm breed.
Sinds 2024 heb ik keramiek opnieuw leven ingeblazen als hobby. Op de Willem de Kooning Academie in Rotterdam volgde ik keramiek als minor. Hier heb ik geleerd om mallen te gieten en kort de basics van de draaischijf over mijn zwarte kleding gesmeerd. Terugdenkend aan die maandag avonden hoor ik Daftpunk terwijl we collectief de werkplaats opruimen met grote bezems vol kleistof.
Per 2024 begon ik met een workshop handvormen (handbuilding) in Bunk, Utrecht. Hiervoor had ik huiswerk gedaan, waardoor ik een paar schetsen had van wat ik wilde maken. Dit lukte erg goed en was zo blij met het resultaat, dat ik de andere schetsen ook wilde proberen. Toen kwam er een Pinterestbord bij met inmiddels ruim 300 pins. Ik haal inspiratie uit o.a. rituelen, mythologie en glaswerk om weer te verwerken in klei. Het laten stoken lukt ook. Er zit een studio in mijn woonplaats en de keramiek groothandel Silex is niet ver weg. Een kleine verzameling glazuren en gereedschap begon te groeien. Af en toe overweeg ik een digitale keramiek winkel te starten maar voordat het zo ver is, experimenteer ik met ontwerpen, materialen en wat ik het allerliefste maak: kayari buta en aardbeienpotjes.
Kayari buta zag ik voor het eerst in Japan. Het zijn keramische biggen waarin wierrook tegen muggen wordt gebrand. Ze zien er zo vredig uit. Je ziet ze bij akiya huizen staan in de zomer. Krekels op de achtergrond. Zinderende hitte en een schattig rokend biggetje op de stoep.