Ik werk met keramiek. Hierbij laat ik me inspireren door Japans keramiek zoals de kayari buta, de keramische big waarin een wierrook spiraal kan die muggen verjaagd. Ook kijk ik in musea graag naar de chawan, de kom waarin matcha wordt bereid. In die laatste nog meer dan de big, zijn de bewegingen van de maker zichtbaar.
Theekom van Ogata Kenzan, halverwege de 18de eeuw:

Volgens de beschrijving van het Metropolitan Museum of Art, staat deze chawan in het teken van nieuwjaar. De bladeren zijn van een naaldboom. Eigenlijk bungelt de afbeelding op het randje van wel of niet begrepen worden. Hierin toch houvast vinden en zelf de betekenis geven, dat maakt het zo aantrekkelijk.
Een kayari buta, afkomstig van Kokoro media:

Noot: Dit is geen big die op het pottenbakkerswiel is gedraaid. Door de rimpelingen moet je wel in dat effect geloven. Bij gebrek aan een betere foto.
De big steelt uiteraard de show waardoor de lijnen op het buikje niet de centraal staan in het ontwerp. Ik waardeer ze alsnog.
Hiermee begint mijn missie. Die lijnen wil ik ook kunnen verwerken in wat ik maak. De zichtbaarheid dat het werk niet is gepolijst tot perfectie (westers!) maar ook weer niet zo grof dat het eruit ziet als een kleuterwerkje van een volwassene. Die toevoeging, van een volwassene maakt al het verschil. Kleuterwerkjes gemaakt door kleuters zijn namelijk heerlijk om naar te kijken.
Met de missie komt ook de eerste hindernis. Het lukt niet. Mogelijk komt dat omdat het mijn eigen imperfecties zijn en ik daarom niet gewend ben om ze in een ander, mooier licht te zien. Het voelt te gemaakt. Niet alsof het vanuit de kunst gebeurt, maar wel met gekunstelde intentie om het na te maken.
Let wel, ik gebruik zelf geen wiel. Dus die spiraal is uitgesloten. Alles wat ik maak doe ik door te handvormen. In eerste instantie wilde ik veel liever achter het wiel. Waarom? Dat had te maken met het stereotype van een pottenbakker. Maar na een workshop handvormen had ik door dat dit een prima basis is om het materiaal te leren kennen.
Inmiddels wil ik het wiel niet meer. Op een wiel kun je alleen gedraaide en dus ronde vormen maken. Terwijl handvormen álle vormen toestaat, inclusief de verschillende technieken om klei eerst leerhard te laten worden, alvorens een constructie of textuur te maken.
Mijn vermoeden is dat ik minder moet doen. Wijzer zijn en weten wanneer los te laten, in plaats van vast te pakken. Want wat ik bewonder, is de afwezigheid van een afwerking. Het uitblijven van die perfectie. Dit is Ma voor mij. De leegte, de afwezigheid, de stilte, de pauze. Het is dat wat contrast aanbrengt. In plaats van meer van iets te willen, ga ik proberen terug te schakelen naar minder.
Hier volgt niet de beste foto, maar het is beeldvormender dan geen foto:

Bij de lessenaar staat de filosoof Michel Dijkstra. Hij schreef meerdere boeken over oosterse filosofie en westerse mystiek. Ik zag hem op een avond van de Kultuurwerkplaats in Oosterbeek en ik vond hem al snel een ontzettende nerd. Voor wie mij niet kent: dat is de S-tier in mijn innerlijke hiërarchie.
In zijn lezing kwam het niet-doen terug. Niet te verwarren met niets doen. Hierbij dacht ik aan Sartre met Het zijn en het niet (L’Être et le Néant). Vanwege het existentialisme en mijn ervaringen, ben ik nieuwsgierig naar dat niet-zijn en daarmee ook naar het niet-doen. De grens opzoeken tussen aan- en afwezig, dat vind ik interessant. Daar wil ik een andere keer graag meer over schrijven.
Maar voor nu, even het niets:
