Ugh…

Van alle onderwerpen waarover ik nu iets zou kunnen schrijven, is geen ervan luchtig genoeg om losjes over weg te typen en dat is wel wat ik zoek. Sommige mensen kunnen dit omtoveren in iets grappigs, maar ik heb momenteel niet de ambitie om zo’n persoon te zijn. Wat blijft er dan over?

Dit is het punt waarop ik anderzijds zou stoppen. Dat klinkt dramatisch, maar in werkelijkheid overtuig ik mezelf ervan dat ik deze keer even skip en de volgende keer wel weer verder ga. Onschuldig. Behalve dan dat de drempel voor de volgende keer onbewust is verhoogd. (En de keer daarop en daarop.)

[RESET]

Willekeur: Utrecht vandaag. Anak gisteren. Toevallig feitje: zowel Jaro als Djati kwamen ter sprake in de docu. Krita voor het weekend… Stappen om beter te worden in tekenen. Dit is wel handig.

Creative kit
Gisteren gaf ik een creative kit van Sakura cadeau. Hierin zitten een paar pennen en papier om aan de hand van een videoinstructie de samurai hieronder na te maken. Zelf heb ik deze kit (03) niet uitgeprobeerd, wel nummer 01, de kersenbloesem. Prima te doen. Maar omdat iedere kit is bedacht door een andere illustrator, besloot ik de video te kijken. Hoe gaat Cliff Deun je uitleggen waar de jingasa, de hoed, moet komen? Nou ja, zo. Best een slimme methode, dat grid, maar niet duidelijk zichtbaar op een kleine viewer op je telefoon. Dus hoe zou ik uitleggen hoe je beter leert tekenen?

Nou ja, zo.
Door een stappenplan te geven van wat voor mij werkt. Hieraan vooraf moet ik wel een paar dingen definiëren. Over mijn vaardigheden zou ik zeggen dat ik “wel leuk teken”. Ik heb de basis over anatomie van mensen, gezichten en kleur meegekregen. Zelf teken ik portretten (mensen) of doe ik aan urban sketching. Hierover kan ik wat aanstippen maar het merendeel gaat over het algemene leerproces. Dus wil je beter tekenen? Skip dan de alinea hierna en ga door naar het stappenplan.

De alinea hierna. Skipwaardig, omdat ik de behoefte voel om even uit te leggen wat ik aan tekenen deed in mijn leven. De uitspraak dat mensen een potlood vasthadden zodra ze iets konden pakken gaat voor mij niet op. Op de basisschool vonden sommige kinderen dat ze iets niet goed konden tekenen en vroegen mij dit dan voor ze op te lossen. Zegt dat iets over mij? Mogelijk was ik er net iets beter in. Mogelijk was ik gek genoeg om hun werk te doen. Op de middelbare school liet ik mijn pianolessen en conservatorium intentie varen, wat betekende dat ik een nieuw ding nodig had dat van mij was: tekenen. Dat deed ik een tijdje voor mezelf totdat ik een studie moest kiezen. Als dit mijn ding is, dan hoor ik daar: op de kunstacademie. Vervolgens heb ik geen illustratie gekozen maar mode. Ik snap zelf niet zo goed waarom. Het was toen ook al geen goed idee. Na kunstacademie 1 en 2 waren er periodes dat ik nauwelijks iets maakte. Het kwam vaak terug in vlagen. Die werden gevuld met een medium zoals lino drukken of juist aquarel verf. Echt doorpakken deed ik niet. Nu ook nog niet. Nu kan ik alleen zeggen dat ik hobby’s verzamel. Per mijn laatste studie, dus rond mijn 28ste, ben ik consistent blijven maken. Inmiddels besef ik dat er een balans moet zijn in creëren en consumeren om mentaal gezond te blijven. Hier zijn veel voorwaarden aan verbonden, zoals dat er altijd een boek moet zijn. Fictie, non-finctie. Maakt niet uit. Iets. Het is een manier waarmee ik verbonden ben met de wereld om me heen. Zonder die verbinding raak ik in isolement in mijn hoofd. Oftewel: ik ben creatief uit noodzaak. Ben ik daar goed in? Maakt het uit?!

(Stappen)plan
1. Maak je werk twee tot drie keer.
Hiermee bedoel ik hetzelfde beeld. De eerste keer ga je aan de slag zoals je denkt dat het hoort te werken. Idealiter bedenk je dit vooraf zodat je een plan hebt. Probeer die stappen eens uit en kijk wat er gebeurt. Hiervoor zou je niet veel langer moeten besteden dan een uur.

2. Als je eerste poging af is, pauzeer je.
Neem letterlijk wat afstand van je werk en kijk. Wat op de kunstacademie niet (altijd) gebeurde maar wel is aan te raden: pak je notitieboek erbij en noteer de drie grootste verbeterpunten.
Misschien had je jouw tekening anders op het papier moeten zetten. (compositie)
Misschien is de kleur die je gebruikte niet juist, wachtte je niet lang genoeg voordat je de volgende laag aanbracht of bleek je inkt niet watervast.
Misschien had je even een foto willen maken zodat je het moment achteraf nog kunt afmaken of opnieuw kan proberen.
Misschien wil je de focus leggen op een specifiek onderdeel met kleur, scherpte, contrast, etc.

3. Voor de tweede keer maak je een schets om die compositie op te lossen.
Je pakt inkt die wel houdt.
Je maakt de foto.
In deze poging neem je alle geleerde lessen mee en kijk je of dit beter werkt. Als je hiermee tevreden bent kun je stoppen. Zo niet, dan noteer je opnieuw de verbeterpunten en doet het nog een derde keer. Uit ervaring is na drie pogingen de grootste vooruitgang wel behaald. Als je dan nog niet tevreden bent, dan raad ik van harte aan om een ander beeld te kiezen via stap 4. Want de bak ontevredenheid die je dan hebt opgebouwd gaat het verschil niet maken in in poging vier, vijf en zes.

4. ConsuMEER.
In die alinea die je oversloeg schreef ik over een balans tussen consumeren en creëren. Consumeren klinkt slecht in de context van 2025, maar kan je toch helpen. Je kijkt nu immers met wat kennis en ervaring naar wat anderen doen. Dus doe dat. Kijk of het je kan inspireren om iets soortgelijks zelf te proberen. Een ander perspectief gebruiken, andere kleuren, andere techniek. Iets anders dat jij nu ook wil proberen en geïnspireerd bent dat te doen.
De valkuil is denken dat jouw werk nooit zo goed gaat zijn als dat van je held. Dus waarom zou je het nog proberen? Die gedachte ken ik. Door Insta scrollend terwijl ik al een uur geleden had willen slapen en dan werk tegenkomen dat meerdere fulltime weken kostte. Het tackelen van die gedachte is persoonlijk. Ik relativeer. Want als ik de gedachte uitdenk, zou ik dan vanaf nu fulltime weken willen steken in het maken van dit plaatje? En al het huiswerk doen wat eraan vooraf ging? Néh! Ik wil het nu kunnen zonder de eerlijke tegenprestatie te leveren. Soms sluit ik af met de gedachte dat ik blij ben dat ik mijn leven heb met alles dat erin zit.

Conclusie: one-on-one
Op de WDkA was er een opdracht waarin je samenwerkte met een bestaande kunstenaar door werk over het werk te maken. Vervolgens maak je daarover werk op een andere manier. One-on-one-on-one-on-one-oneindig. Jij maakt wat. Je krijgt inzicht terug. Je kijkt naar het werk van anderen. Dat neem je mee. Je geeft een beeld terug. Eigenlijk ben je continu in verbinding met de wereld.

P.s.
Geen eigen werk, dit keer. Kom nog maar eens terug.







The dead door James Joyce (1914)

Als je besluit meer te willen lezen dan krijg je ineens een lijst aan schrijvers toegeschoven die ik nog niet eerder had gelezen. Waarbuiten dan de middelbare school zou je James Joyce, Franz Kafka en Leo Tolstoj lezen? En ik dus ook daarbinnen niet. In mijn Engelse les slenterden we door Kite runner (2003) van Khaled Hosseini. Wat een indrukwekkend verhaal was, maar veel moeite kostte om me erin te verplaatsen. Net voor het opzoeken van het jaartal zag ik dat het boek in Amerika op het banned books project staat. Ineens ben ik dankbaar dat mij geen boeken onthouden zijn alleen maar omdat iemand er aanstoot aan neemt. Hierbij stond een verweer van Hosseini: “Ze zeggen nooit dat ik over dingen praat die niet waar zijn. Hun probleem is: ‘Waarom moet je over deze dingen praten en ons in verlegenheid brengen? Hou je niet van je land?'” Het is het eerste deel van die uitspraak, dat ik interessant vind. Waar gaat het eigenlijk over als er feitelijk geen onwaarheden zijn?

Noot: dit is nog een mooie afbeelding die ik van Joyce kon vinden. In andere beelden was het niet zo’n charismatische man als ik in gedachte had.

Maar dus ook Joyce, wiens naam ik tegenkwam in Everything is tuberculosis (2025) omdat Joyce de symptomen van consumption had. Er volgde hierna nog een verwijzing waardoor ik las dat hij een short story genaamd The dead had geschreven. Je kunt het gratis lezen:
The Dead by James Joyce. Van goede verhalen, worden graag films gemaakt. Ook gratis te kijken: https://youtu.be/Rkos62UPwVk?si=8lcOFFNY_BSRpgov op Youtube.
Ik vind het leuk om de diepgang in te gaan. Dus eerst de tekst, dan de film en als laatste de reflectie in video essays. Maar niet voordat ik mijn eigen gedachte erover opschrijf.

Mijn vermoeden was dat het verhaal om een paar specifieke overledenen zou draaien. Niet te concreet en direct. Die tijd staat niet bekend om simpele verhalen en overduidelijke symboliek. Voor ons dan, destijds hadden mensen een gemeenschappelijke beeldtaal waar wij nu nauwelijks nog in kunnen komen. Laat ik het zo stellen: met dat mijn verwachting niet klopte, was ik verast.
Vergankelijkheid was wel een duidelijk thema dat op verschillende manieren terugkwam. Ik begreep het niet altijd zo goed uit de (geschreven) dialogen, ook omdat ik soms moeite had met het volgen van de personages. Dat komt er gratis bij als je af en toe leest nadat de kinderen op bed liggen en de koffie van overdag niet strekt tot de avond.
In de film was dat makkelijker. Al was het maar omdat het verhaal dan wordt gepropt in anderhalf uur. (Ook die heb ik in delen gekeken omdat de kinderen rondliepen.) Naast de taal heb je de uitdrukking van de acteurs die bevestigend werken.

Is het gelezen / gekeken / geen probleem om spoilers tegen te komen? Lees verder:

Freddy
Wat een grote aanwezigheid had in de short story, was in de film een klein opdondertje met een kapsel en snor dat me aan een schnauzer deed denken. Zie onderstaande stil uit de film:

Al had hij daardoor wat meer charme in de film. De anderen vreesden zijn dronken komst, terwijl ze toch luisterden naar wat hij te zeggen had. Ik zag de ogen alleen nog net niet naar achteren rollen. Als dit een beschonken vent moet zijn, dan is het er in ieder geval nog een met ideeën.

De innerlijke dialoog van Gabriel
Deze is cruciaal voor het personage aan het einde van de film en delen ervan worden gesproken over het beeld. Toch is dat nog niet de helft van de gedachtestroom in de short story. Dat Gabriel eigenlijk borrelde van binnen zie je niet. Als je bij borrelde woede of opwinding verstaat: beide zijn juist. Vanuit de ogen van de filmdirector begrijp ik die keuze. Er is al een breuk door de gedachten hardop uit te spreken, om ook die laag dan nog aan te brengen is lastig. Het breekt ook met vergankelijkheid als thema. Ik ben heel benieuwd of dit nog in andere video essays terug gaat komen.

De universele waarheid

De relatie tussen filosofie en kunst. Misschien ook wel de vertaling.

Ieder jaar sluit de kunstacademie af met een graduation show waar de afgestudeerden hun werk laten zien. Het ligt altijd bezaaid met visitekaartjes in de hoop dat iemand het werk ziet en er een mogelijke sale op volgt. Toen ik zelf in Rotterdam studeerde, werden de studenten verplicht om mee te helpen met de fashion show van de mode opleiding. Sindsdien heb ik een aantal graduation shows bezocht. Waaronder die in het jaar dat mijn vriendin Sonia afstudeerde. Bleek dat mijn zusje ook haar werk in het zelfde gebouw had liggen, maar het was me compleet ontgaan dat zij afstudeerde. Dat jaar heb ik de zus-van-het-jaar award niet gewonnen.

Let op! zoals dat soms pijnlijk duidelijk wordt: ik ben nooit afgestudeerd (van de kunstacademie). Wat betekent dat ik met heerlijke afstand tot het fenomeen kan schrijven. Het lijkt me dan ook vreselijk om werk naar buiten te brengen, voor anderen om te fileren. Zoals met deze teksten bijvoorbeeld. En zoals nu een patroon begint te worden; dat is een onderwerp dat nog een eigen tekst mag krijgen.
Terug naar de boodschap: Ik ben bevooroordeeld wat kunstacademies en graduation shows betreft op manieren die ik niet altijd doorheb, en jij nu mogelijk wel.

Ze zijn een fenomeen op zich en vragen daarmee om een tekst. Vooral omdat ik al meer dan tien jaar geleden studeerde, en ik ze nog steeds bezoek. Inmiddels zie ik een paar key defining features:

– Vreselijke websites;
– Schmutzig;
en sinds een paar jaar;
– Tijdsgebonden.

Vreselijke websites
Dit punt is snel gemaakt. New Show – St. Joost Graduation Show 2025, Graduation Show 2025 – WdKA. Als was ik ook overhaast. De sites van Den Haag, Utrecht en Groningen zijn leesbaar. Saai, maar ‘functioneel’ is wel een begrip dat ik weer kan gebruiken. De illustratie van de WdKA maakte me zeeziek en bleef verwijzen naar informatie die ik niet vond (de inhoud van de show). Daarin tegen heeft Groningen (Minerva) een eigen webshop. Met één item en cadeaubonnen.
Ergens snap ik het wel. Het is een kunstacademie dus dan moet de site kunstzinnig zijn. Ik heb me vaker afgevraagd wie die site vervolgens maakt, want de uitstraling van de site en marketing drukt een stempel op de show. Al vraag ik me nu ook af wie erop af komt. De WdkA (Rotterdam) vraagt om je aan te melden. Als bezoeker van de modeshow betaal je (€10.50) en voor de andere richtingen is het gratis. Bij de aanmelding wordt gevraagd welk type bezoeker je bent en ik val technisch gezien onder geen enkele noemer. Geen vriend of familie van een afgestudeerde, geen student aan de opleiding, geen alumnus, geen pers, geen ‘professional’. Al vraag ik me af wat ze met professional bedoelen. Als dit een filosoof is die inspiratie zoekt om te denken, dan kan ik daar nog onder vallen. Maar gaan ze er niet vanuit dat een ‘member of the public’ interesse heeft na het zien van de posters? In ieder geval niet na het zien van de website…

Schmutzig
Als de academie wordt gebruikt voor de graduation show, dan ontkom je er niet aan dat je ook wat meekrijgt van de lokalen/werkplaatsen. Op de WdKA werd de hal jaarlijks gewit, maar dan nog zie je de verfdruppels en hars op de vloeren en soms de plafonds.
Geen waardeoordeel. Want het lukt me niet om er een waarde aan te koppelen. Enerzijds vind ik het wat authentieks hebben. Je ziet wat er in de jaren ervoor aan voorafging en van alle kunstenaarshuizen die ik zag, was niet een minimalistisch ingericht.
Anderzijds heb ik ook werk op externe locaties bekeken waar je niets meer van de academie ziet. Hoewel dat het gevoel van een professioneel museum geeft, voelt het ook steriel. Grote witte ruimtes werken in op je perceptie van de omgeving tot op het punt dat ik er soms duizelig van kan worden. Er is geen horizon als referentiekader, alleen een immense ruimte. De context van kunst doet wat met de beleving. Om die reden snap ik wel dat St. Joost studenten in het kloostergebouw willen blijven.

Tijdsgebonden
Toen ik studeerde viel het begrip contemporary art vaak. Hedendaagse kunst. Ik heb me afgevraagd hoe je ‘hedendaags’ definieert. Want er was een duidelijk patroon onder kunstliefhebbers die konden aanwijzen wat contemporary was en wat niet. Als je naar de kunstacademie kwam om fotorealistisch te leren schilderen, kon je beter naar Italië gaan. In het meest gunstigste geval kon je gewoon doen wat je wilde en had je de ruimte om de vaardigheden te ontwikkelen, maar niet per se les daarin. Dit blijkt zeer Nederlands. Ik begreep dat je op andere kunstacademies buiten Nederland nog wel een niveau van stilleven moet behalen onder het credo “dit is de basis, dit moet je kunnen”.
Wat contemporary precies is, is me niet duidelijk geworden. Wel zie ik veel werk dat draait om actuele thema’s zoals gender, AI, social media en klimaatverandering. Hoewel ze niet zijn opgelost binnen de komende generaties, zijn ze niet tijdloos.
Wat vind ik hiervan? Het is mooi om relevant te zijn, maar ik merk ook dat ik niet zo intrinsiek verbonden ben met die thema’s. Duurzaamheid vind ik interessant en heeft zeker consequenties (veganisme als voorbeeld) maar het is niet mijn passion project. Als je de tijdsgeest kunt vangen in beeld, dan is dat geweldig. Dat is de vertaling van wat we denken naar kunst; dat wat we voelen. Toch hecht ik waarde aan tijdloosheid. Universele waarheden voor zover ze bestaan.



Do it tomorrow (2006)

Dit boek stond op het veel te korte verlanglijstje van mijn man en kreeg hij voor vaderdag. Hij is het type dat de boeken die hij wil onderzoekt voor aanschaf en zo ook dit boek. Mark Forster is ziek. Ik weet niet meer precies wat hij heeft. Wel dat het een slechte prognose had en ik liever nu een boek koop, dan later. Dan gaat de opbrengst nog naar hem. Lang verhaal kort: Mijn man had veel aan het boek en nu lees ik het.

Veel is momenteel niet op mijn werkend leven van toepassing. Soms grap ik dat ik met pensioen ben. Soms ben ik tradwife. Mijn oudste noemt het: werkloos.
Het is allemaal niet juist. Ik studeer, loop stage en ben een belabberde huisvrouw.

Busy work
Maar… wat zeer waar is: momenteel ervaar ik mijn stage als uitdagend. Moeilijk. Soms, niet altijd. Het is dan makkelijker om wat Forster busy work noemt, te gaan doen. Werk dat eruit ziet als werk, maar niet het echte werk omvat. Dus e-mails beantwoorden, teksten schrijven. Terwijl, paradoxaal genoeg, het echte werk (filosoferen) eruit ziet alsof ik niks doe. Dit is nieuw.
Eerder heb ik werk wel eens moeilijk gevonden. Moeilijk omdat het veel nieuwe feitjes waren om te onthouden of omdat ik een vaardigheid moest gebruiken die me tegenstond. Vaker was het moeilijk om de hoeveelheid werk in een parttime bezetting te gieten en met ouderschapsverlof in nog minder uren. Het zorgde ervoor dat ik veel principes uit Do it tomorrow al toepaste. Maar echt uitgedaagd werd ik niet. Dat was prima, want mijn studie vulde de uitdaging aan.
Wat betekent dat ik tijdens deze stage voor het eerst wordt ingezet op mijn kracht. Waarvan ik dacht dat het eenvoudig zou zijn, blijkt het juist uitdagend/lastig. En dat is dus precies waar ik moet zijn.

Backlog
Momenteel zit ik in stap 1: Mijn complete achterstand (backlog) verzamelen. Op het schoolbord in de woonkamer staan taken in verschillende kleuren krijt op het bord. Het is nog niet volledig, want van creatieve projecten (paars) staan er maar drie op. Dat kan gewoon niet juist zijn!
School (geel) krijgt vorm. Soms vind ik de hoeveelheid overweldigend. Maar ik heb een jaar de tijd en alles staat er.
Huis (wit) is uitgebreider dan ik dacht. De taken duren langer en zijn duurder. Schuur en verf maar even de trap. Maak een meterkast. Leg leidingen om. Verf de woonkamer.

Maar, het is uitgeschreven en daarmee niet meer zo zwevend in mijn hoofd. De volgende stap, is het noteren van de tijd die ze kosten in minuten. Die tel je op. Delen door zestig. Maal het aantal uur dat je werkt op een dag en dan weet je hoeveel dagen het kost om de totale achterstand in te lopen. Ongemakkelijk?

Over zelfhulpboeken
In een video van [???] zag ik een kritiek op zelfhulpboeken. Ik heb even gezocht en ik kan de video zo niet vinden. Anyway: een psycholoog die argumenten gaf tegen het lezen van zelfhulpboeken. Eigenlijk had ik niet verwacht dat je ooit tegen het lezen van boeken kon zijn. Niet in deze hedendaagse tijd.
Maar mijn weerstand zat in zelfhulp. Want wanneer is een boek een zelfhulpboek? Ik zag The subtle art of not giving a f*ck (2016) Mark Manson in het rijtje staan. Leuk boek, meer een verzameling blogteksten, wat me inspireerde in haalbaarheid. Echter zou ik het geen zelfhulpboek noemen. Voor mij was dit non-fictie entertainment.
Ook werd het ‘oude wijn in nieuwe kruiken’ argument gemaakt. Dat geloof ik wel. Mijn eerste indruk was ook dat het dubieus is om met bestaande ideeën geld te verdienen. Toch is dit niet per se het hele verhaal. Zeker niet als ik filosofie als voorbeeld neem. In Filosofie voor een weergaloos leven (2018) van Lammert Kamphuis, neemt hij ons aan de hand met het denken van verschillende filosofen. Publieksfilosofie en zelfhulp. Het boek waardoor mijn interesse naar filosofie werd geboren. Dit moet een goed boek zijn geweest – voor mij – want ik had een filosofie vak op een vorige opleiding en daar is het vlammetje nooit gaan branden. Dat wijt ik ook een klein beetje aan de docent waarvan ik de naam niet meer weet. Hij stond er met overgave. Vast. Ik voelde er alleen niets voor.





In Nederland Door Omstandigheden

De afgelopen keren heb ik met wat meer overtuiging de teksten geschreven en geplaatst. Nu de zin in schrijven wegzakt zodra de temperaturen boven de 25 graden komen, geef ik de hitte daarvan de schuld. Toen bedacht ik dat ik een slechte Indo ben door niet tegen deze temperaturen te kunnen. Aha, Indo zijn! Een onderwerp dat de laatste week telkens terugkwam. Tijd voor een tekst.

Mijn familie
Indo zijn doe je niet alleen. Ik kom uit een gezin van drie en vanwege een opdracht interviewde ik mijn zusje over, onder andere, Indo zijn. Onze opa en oma kwamen met de boot uit Indonesië naar Nederland, al met een Nederlands paspoort. Onze vader is in Nederland geboren en midden jaren negentig wij ook. Dit betekent dat we onze oma herinneren met een zwaar accent. We verstonden haar dan ook vaak genoeg niet. Zij overleed toen wij op de middelbare school zaten. Omdat onze familie wat verder weg woonde, kwamen we er niet zo vaak. Als dat anders was geweest, hadden we wellicht meer van de cultuur meegekregen.

Anders
Wij spreken zelf geen Bahasa. Frituurden niet in de wok. Eigenlijk ging het in ons gezin niet anders dan bij andere Nederlandse gezinnen. Het verschil was pas te merken op het schoolplein, waar kinderen soms rare dingen zeiden zoals “Jouw vader is een poepchinees”. Het gevoel van anders zijn werd aangewezen. Wij hadden een lichte huid in combinatie met donkere ogen en donker haar. Wij waren Indo en Indo zijn, is anders zijn.

Pas vanaf mijn studententijd viel me op dat ik soms in het Engels wordt aangesproken. Het hielp vast niet dat mijn kleding afweek van de gemiddelde Nederlandse jongere. Ik ben me bewust van hoe ik anderen aanspreek omdat mijn benadering meer over mij kan zeggen, dan dat ik een ander ermee dien.
Dit was ook de periode dat de glans er wel af was. Op de basisschool leer je over mensenrechten en de grondwet. Een discriminatieverbod is de eerste en ondanks dat het niet mag, is het normaal.
Bij aardrijkskunde op de middelbare school, leerden we dat Nederland ooit het grootste moslim land ter wereld was met Indonesië als kolonie. Het heeft niet voor meer acceptatie gezorgd.
Wat ik wel zag, is dat de multiculturele samenleving leefde. Nou was mijn studententijd in Rotterdam, een stad die een grote diversiteit kent. Ik werd trots op die samenhang en het voelde als rijkdom van kennis, kunst en kunde. Hierin ben ik niet blind voor de nadelen. Ik denk alleen dat de Nederlandse samenleven evengoed nadelen kent en die cultuur zie ik óók als waardevol.

Aankomst
De integratie van Indo’s in Nederland heb ik zelf dus niet meegemaakt. Daar werd weinig over gesproken, behalve als mijn vader en ooms vertelden over de moeite die ze hadden met het vinden van werk. Ze waren volgens werkgevers ’te bruin’ voor werk in de dienstensector. Voor mij was dat bizar om te horen, tot ik terugdacht aan mijn oude werkgever, die me wilde laten omkleden omdat een rand van mijn tattoo te zien was. Dit was rond 2012 en ik vermoed dat mijn kinderen dit bizar zullen vinden om te horen. Het zijn oude denkbeelden die schuren omdat ze verouderd zijn in de huidige tijd.
In Nuri en Nino van Sriyanto en Wouter van der Spoel las ik een uitleg waarmee ik het beter begreep. De Nederlandse bevolking is voorgelogen over het aantal mensen dat zou komen. Er werd de belofte gedaan dat dit de laatste boot was, terwijl er nog veel mensen zouden volgen.
Ook las ik over de manier waarop Indo’s werden opgevangen. Vandaag de dag zijn er AZC’s met een zogenaamde bed, bad brood regeling. Maar destijds werden ze opgevangen in oude concentratiekampen, kazernes en pensions. In geval van het laatste, betaalden ze zelf de kosten voor onderdak en levensmiddelen. Soms tot jaren later.

Dit boek bevat heel veel informatie die ik niet meer aan mijn oma kon vragen. Ik kan het dan ook van harte aanbevelen. Er staat veel in over het leven van toen en welke uitdagingen ze meemaakten. Zonder er omheen te draaien.

Voordelen?
Een paar van mijn exen gaven toe dat ze op Aziatische kenmerken vielen. Dat werd snel duidelijk, aangezien al hun exen Indo’s waren. Het was gek om zo’n compliment te krijgen. Enerzijds is het leuk om mooi gevonden te worden. Anderzijds wil je niet op basis van je uiterlijk gewaardeerd worden. Was het wel wat geworden als ik blond was geweest?
Wat ik leuker vond, is als iemand gelijk zag dat ik Indo was. Ondanks donkere kenmerken is het toch niet overduidelijk voor iedereen. Er zijn genoeg Europeanen met een lichte huid en donker haar. Vervolgens vertelden ze vaak over hun liefde, die ook Indo was. Al zijn het vaak wel pittige vrouwen (niet mijn woorden).

Pasar
Gênant genoeg herinner ik me mijn eerste pasar malam (avond markt) niet. Ergens in de twintig, geloof ik. Het is sinds een jaar of drie wel een ding geworden. Ik bezoek ze ieder jaar in mijn woonplaats en soms, als het ons leuk lijkt, eentje erbuiten. Het boek kwam hier vandaan en het is ons moment waarop we sambal inslaan. De pasar is voor mij een evenement geworden waarop ik mensen zie die op mijn familie lijken. De batik prints doen me aan mijn oma denken en het is het enige moment in het jaar dat ik een es tjendol haal. Een paar jaar geleden bezocht ik een grotere markt, maar eerlijk: het stelde wat teleur. Hij wordt snel opgevuld met zaakjes die wierook, zilveren sieraden of ander spul verkopen waarmee ik de link niet leg. Hierbij mis ik dan ook de gamelan, Indonesische muziek waarbij er met hamers op een xylofoon wordt geslagen. Het heet een transcendente klank.
Op de markt zie ik ook weinig wajang poppen. Een terugkerend item in de huizen van mijn familie. Al moet ik zeggen dat ik er zelf ook geen heb. Nu ik naar plaatjes kijk van de poppen, denk ik dat ze wel een update kunnen gebruiken.

Voorbeeld: https://youtu.be/UEWCCSuHsuQ?si=QcYPROLZ_rZpToxF

Nu ik er langer bij stil sta, is de Pasar voor mij een plek om dichterbij een herkomst te komen die ik niet goed (genoeg) ken. Want ik ben nog nooit in Indonesië geweest. Af en toe zoek ik de ticketprijs op van vluchten naar Indonesië, maar echt goedkoop is het nooit.

Anak
Afgelopen week las ik ook over Anak Indië van Hetty Naaijkens-Retel Helmrich in de Mezza die onze buurman trouw door onze brievenbus duwt. ‘De kinderen van Indië’. Hij kwam ook voorbij in de groepschat. Bij toeval ontdek ik net dat hij zondag in de bios bij mij om de hoek draait… met dit soort afleidingen duurt het nog land voordat ik dit stuk publiceer.


Makan
Want er is nog een groot thema dat ik nog niet heb geraakt en dat is: eten.
Ikan pepesan, spekkoek, nasi, rendang, rijsttafel. Niet alles kreeg ik van huis uit mee. Ik heb een periode bij mijn oom ingewoond waar zijn vrouw de sambal goreng boontjes maakte. De Ikan pepesan volgens mij ook. Toen ik in onze lokale toko de pepesan in de vriezer zag liggen, namen we er een mee als makkelijke maaltijd. Sindsdien eten we redelijk frequent een pepesan. Rijstkoker aan, aubergine in de teriyaki marineren en de pepesan in de sousvide. Het duurt even maar is weinig werk.
Toen ik aan eten dacht, schoot door mijn hoofd dat ik eigenlijk een slechte Indo ben. Want welke Indo besluit vegan te eten?! Nou is dat oordeel onzin. Veganisme is nog niet lang populair dus ook niet in de Indische cultuur. Ik ben ook “de slechtste veganist ooit”*. Maar voor de lengte van deze tekst leg ik dat een latere keer uit. Toch, als ik moet zeggen welke vlees- en visgerechten ik het moeilijkst vind om te laten staan, dan zijn het de rendang en fried chicken van mijn man.

Meer
Er is nog zo veel dat ik niet heb genoemd. Het logo van deze site heeft een Indische oorsprong, ik vind de mythologie interessant, er is de reis die ik ooit nog een keer wil maken. Door de kolonisering (Boe!), besta ik (Jeej!) en mijn vermoeden is, dat dit vandaag de dag nog effecten heeft die we niet makkelijk kunnen herleiden. Daarnaast is Indo zijn onderdeel van een grotere groep Aziaten, en ook hiermee verhoud ik me (rijst wassen, rijstkoker, bescheidenheid).
Voor mijn gevoel ben ik ook nog niet op de essentie uitgekomen. Wat betekent Indo zijn nou voor mij? Dat beeld wordt grotendeels samengesteld door ervaringen waar ik geen toegang meer toe heb en dat niet weten, daar zie ik mensen verschillend mee omgaan.

Ik moet nog een tjobek zoeken die groot genoeg is voor de hoeveelheid bumbu die we maken…

De treinen van Japan

We zijn verslaafd aan de video’s van SoloTravelJapan op Youtube. Vooral de treinen van Shikoku, het kleinste van de vier grote eilanden van Japan, trekken onze aandacht. Dit eiland is niet toeristisch. De grote steden zoals Osaka en Kyoto liggen nog wat noordelijker en Tokyo al helemaal. Wacht. Ik pak de plaatjes er even bij.

Shikoku in rood:

De grote steden ter vergelijking:

Ik ben ben er nog niet geweest en wel van plan te gaan. Vandaar ook de video’s van SoloTravelJapan. Hij heeft de monogatari treinen gefilmd die op Shikoku rijden. Dat zijn ‘dinnertrains’ die af en toe vertragen in het mooie landschap, zodat je de reis en de omgeving in je op kunt nemen. Deze ritten draaien niet om het verplaatsen, maar de beleving. (Al is het wel mogelijk om de enkele reis te nemen.) Sommige treintjes rijden wat wobbelig en langzaam, maar dan gaan ze ook over een rustiek stukje spoor. Mogelijk leuker om te kijken dan te rijden.
Wat ons opvalt is dat de monogatari worden uitgezwaaid door personeel op het station, de lokale bevolking en soms zelfs een mascotte. Ook als het regent. Dan staan ze er met pluutjes. Deze treinen zijn geliefd. Tijdens de rit op een van de treinen passeren ze een kinderdagverblijf dat vol overgave zwaait. Het is verblijdend om te zien! Ik bewonder hoe dit ritueel wordt vastgehouden want eigenlijk is het een dienst die niets terug verwacht. Waarom doen we dat niet in Nederland?
Ik heb al eens gegrapt dat ik een groep vrienden en pompoms verzamel om op Utrecht Centraal helemaal uit ons dak te gaan. Maar dat snapt niemand…

Iyonada Monogatari op Shikoku.

Ik heb twee aanknopingspunten met Shikoku. Als eerste: Maigomika, ook een Youtube kanaal, is er woonachtig. Het zijn twee Canadezen die een akiya hebben op het platteland. Van hieruit maken ze video’s over het leven daar. Het is long form content en een voorbeeld van hoe ik zou willen filmen. Niet dat ik dat doe, maar het inspireert me wel. Vanaf begin 2025 heb ik alles gekeken van haar kanaal simpelweg omdat het me tot rust bracht. Inmiddels ben ik door de video’s heen en wacht ik rustig de volgende uploads af.

Het tweede aanknopingspunt: Mr. Kaor. Dit verhaal vertel ik later nog eens. Maar het komt er voor nu op neer dat ik brieven adresseer richting Kagawa, dat op Shikoku ligt. De gele prefectuur op de afbeelding hieronder.

Onlangs was ik in Rotterdam bij de Mono Japan Store. Hier verkopen ze de kaarsen in de afbeelding hieronder. Cute, maar ik wil alleen de verpakking. Dus heb ik ze maar niet gekocht. Achteraf heb ik er een klein beetje spijt van. Want van keramiek maak ik kleine altaartjes waar kleine kaarsen in horen. Alleen zijn de kaarsen die ik gebruik net wat te lomp. Deze hadden perfect geweest!
De trein op de doos zal elders rijden, want de kaarsen komen uit Shiga, dat op het vaste land ligt tussen Kyoto en Nagoya. Mogelijk vinden ze me raar, maar ik heb het bedrijf dat de kaarsen maakt een e-mail gestuurd met een vraag over de context.


Had je een verhaal over de shinkansen verwacht? Los van het technisch wonder, vind ik ze niet zo bijzonder. Ik ben eens met de nozomi gegaan en ja, het voelt snel met hele lichte turbulentie. Dat gevoel in je buik op de snelweg als je over een flauwe heuvel zoeft. Dat is alles.

After life (1998)

De weinige spoilers die erin zitten zijn heel uneventful en doen niets aan de beleving van de film.

De trailer kwam onverwachts voorbij en ik dacht eerst dat The lantern of lost memories een eigen film had. Toen ik het opzocht las ik dat After life (1998) van Hirokazu Kore-eda en The lantern of lost memories van Sanaka Hiiragi geen relatie hebben. Nadat ik nu beide las en keek, zie ik duidelijke verschillen, naast de overeenkomsten. Beide zijn prachtig.

In beide wordt een overledene gevraagd om een mooie herinnering uit te kiezen. Het dwingt je, ook als kijker, te reflecteren op je leven. Want als jij een herinnering mocht uitzoeken, wat kies je dan?

In de verhalen is het niet makkelijk en in mijn werkelijkheid ook niet. Want het voelt verkeerd om een herinnering te kiezen waarin niet alle gezinsleden voorkomen. Onze trouwdag bijvoorbeeld. Het was zeker een highlight in mijn leven maar de jongste was er nog niet. Nu ik erover nadenk, zaten er geen trouwdagen in de verhalen. Mogelijk omdat het zo’n ontzettend cliché is.

In het moment weet ik nog niet dat het een herinnering gaat worden. Wel zijn er momenten dat ik bewust ben van de gedachte dat dit een tijd is waarop ik in de toekomst ga terugkijken. Turend in het landschap dacht ik eraan terwijl ik op een hoge verdieping op werk stond. Ik zag de auto’s over de snelweg onder de borden zoeven. De herinnering is vaag.
Over het algemeen zou ik zeggen dat ik te veel in mijn hoofd zit om op aarde te zijn. Dat wijs ik aan als reden waarom ik niet veel herinneringen maak. Alleen een losse gedachte is moeilijk te onthouden. Koppel het aan een sensatie, en het wordt makkelijker.

Terug naar de geleefde wereld.
Het was fictie, en toch geniet ik ervan om te zien hoe mensen vertellen over hun leven. Ik zoek het terug, maar ik herinner me dat Kore-eda interviews heeft afgenomen bij honderden mensen om ze te bevragen over hun leven. [Gevonden! Meer dan 500 interviews!] Dit was onverwachts heel toepasbaar, omdat ik momenteel bezig ben met een kwalitatief onderzoek. De vragen waren niet geweldig (suggestief en gesloten) maar de emotie en woorden van de bevraagden wel. Hij zei het volgende:

“I comprehended little of what I saw, but I remember thinking that people forgot everything when they died. I now understand how critical memories are to our identity, to a sense of self”

Sense of self. Ook wat je niet herinnert is onderdeel van jou. Dit besprak ik laatst op stage, aangezien mijn herinneringen waren. Desondanks hebben ze me gemaakt tot wie ik ben vandaag. Ze zijn geïnternaliseerd en dat telt ook.
Het zelf is een thema aan het worden op deze site. Ik ben zo egoïstisch geweest om mijn leven om mijzelf te laten draaien. Zo ben ik gaan studeren, niet om geld te verdienen of op een plek te komen, maar omdat ik hier zin in had. Deze site begon als mijn externe dagboek waarin ik nagenoeg geen rekening houd met een lezer. (Of het te volgen is, is ondergeschikt. Sorry!) Ook mijn filosofie is persoonlijk in stijl. Ik merk dat, als ik mijzelf in het werk leg, het eindproduct beter wordt. Doorleefde kennis heeft een zelf nodig.

De dualiteit van jezelf en je zelf

Eigen beeld

In de video van Rajiv Surendra getiteld BECOMING YOUR OWN BEST FRIEND. Beschrijft hij een zwaar moment. Hij kan geweldig vertellen, dus kijk de video. Maar in het kort dacht hij erover na om van de brug te springen, waarnaast hij zichzelf (een tweede zelf) als vriend toesprak en hij naar huis fietste. In de video spreekt hij over twee kanten. Op momenten klinkt het alsof er twee versies van hem in een persoon leven, maar dan op de beste manier mogelijk. Geen zelf binnen het zelf, maar een zelf naast het zelf.

https://www.youtube.com/embed/ZlATD_g0y9Y?si=lQIOi9gePHetbgkS

Het idee om jezelf toe te spreken als vriend is me niet nieuw. In 2021 zat dit als oefening tussen de online lessen die ik via de psycholoog aangeboden kreeg. Wat zou je tegen een goede vriend of vriendin zeggen in deze situatie? En kun je jezelf op deze manier behandelen? Het is een cheatcode om aardiger te worden voor jezelf.

Die dualiteit las ik ook terug in het essays van Eef Schoolmeesters. Ik plak de links hieronder. Want de filosofie bespreekt het dualisme wat ooit begon met Descartes en de scheiding van lichaam en geest.

Haar eerste essay: Ook Socrates poept: een filosofische reflectie op Prikkelbare Darm Syndroom via de existentiële, esthetische en talige impact van het veranderde lichaam.
Het tweede essay: Esthetiek en het veranderde lichaam

Nu met mijn zoektocht over de wereld van PDS, Prikkelbaar Darm Syndroom, kwam ik hier opnieuw uit vanwege de gut-brain axis. Zelf ervaar ik een scheiding tussen mijn lichaam en bewuste gedachten. Wat mogelijk onderdeel is van mijn PDS probleem, aangezien ik ook de relatie zie.
Als voorbeeld: wanneer je een afspraak hebt bij de tandarts en daar spanning bij ervaart, dan merken meesten mensen dat aan hun darmen. Nou was ik afgelopen week bij de tandarts (controle) en ondanks dat ik niet bewust zenuwachtig was, voelde ik een verandering in mijn ademhaling en mijn buik. Dat de afspraak de oorzaak is en het effect in mijn lijf een gevolg is zeker. Maar wat als ik alleen het gevolg voel (pijn!) en niet de oorzaak weet? [To be continued.]

Terugkomend op het zelf en een tweede zelf, zag ik afgelopen week een verhaal over een koppel. Als een opmerking verkeerd viel, dan werd het gehoord door de vijfjarige versie van zichzelf, die terug sprak. Wat de vijfjarige in de ander weer aansprak. Op dat moment hadden ze geen discussie meer met elkaar maar waren het de vijfjarigen in hen die aan het ruziën waren.
In het verlengde ligt een School of Life video waarin werd gepleit jezelf aan te spreken als de vijfjarige die je ooit was. https://www.youtube.com/embed/66rJJshZHts?si=T6xuy4ks62VSTCkb

Je zelf als vriend,
Je zelf als onderbewuste,
Je zelf als lichaam,
Je zelf als vijfjarige.



Een liefdesbrief aan TN

‘My loveletter to sketching’, ‘loveletter to journaling’. Video’s die me voorgesteld werden omdat het behang van mijn bubbel bestaat uit papierwaren, vulpennen en schetsboekencontent. Toen ik ze keek was het gewoon een redevoering voor hun hobby. Wat niet verkeerd is. Alleen geen liefdesbrief.


TN,

Wat heb ik na jaren nog te schrijven, dat niet al begrepen is. Het doet me goed je te zien. Je betekent meer voor mijn gedachten dan het leven zonder jou ooit gedaan heeft. Er zijn periodes geweest, te lang, dat ik er niet bij stil stond. Dat ik je kort vergat. Desondanks is het weerzien nooit beladen geweest met schuldgevoel. Iets dat me van nature dichtbij staat. Het is de warmte waarin ik me verbonden voel. De uitnodiging om authentiek te blijven en geaccepteerd te worden in stilte.
We deelden de koffie in de cafés waar ik schreef en jij zwijgzaam toekeek. Je vergezelde me naar huis na late avonden op de opleiding. De trein naar Berlijn. Uitwaaien op Texel. Als ik het niet meer wist, maakte jij het duidelijk. Inmiddels hebben we beiden onze krassen en beiden zijn er mooier van geworden.

Liefs,


*TN staat voor Travelers Notebook van het merk Traveler’s Company. Vroeger onder de naam Midori.

Berlijn, Luiban: