De vrijwilligheid van gedachten

Afgelopen week schrok ik van de timer. Die had ik vijftien minuten ervoor zelf ingesteld, maar onderschat met welk volume hij zou afgaan. Intussen was ik bezig met een écrire automatique, een oefening om op gang te komen met schrijven waarin je voor een korte periode de pen niet van het papier haalt en schrijft wat er in je opkomt. Mijn schrik is zichtbaar in het laatste woord.
Het besef dat ik geen controle had over mijn reactie verwonderde me. Er was geen moment waarop ik besloot te schrikken. Het gebeurde gewoon. Had ik het voorkomen als mijn gedachten meer bij de timer waren geweest? Waarschijnlijk een beetje.

Voordat ik ’s ochtends opsta, lees of kijk ik iets om mijn dag met een rustig hoofd te beginnen. Dit is een gewoonte geworden, maar zeker in mijn slaapdronkenschap heb ik soms de neiging om het nieuws mee te krijgen. De titels alleen maken al iets los dat ik niet wil. Zo zei mijn docent Media dat de media niet bepaalt wat mensen denken, maar wel waarover gedacht wordt. Hoe vrijwillig denk ik over het wereldtoneel na als ik ’s ochtends opsta met het nieuws?
Ik denk terug aan Schopenhauer in Theaters Tilburg. Een productie van Stefaan van Brabandt waarin Schopenhauer tot leven komt en onder andere praat over ‘die Wille’. Er is toch iets dat macht heeft over mij. De wil kon me niet beschermen tegen schrik maar wel kiezen voor een andere ochtendinvulling dan het nieuws.

Beeld van Koen Broos.

Tampopo (1985), de noedelwestern

Deze film stond al een tijdje op ons lijstje om te kijken. We wisten alleen niet meer waarom. Toen de film begon werden we er al snel aan herinnert. Ergens in de opening zit een scene waarin twee mannen de kunst van het eten van ramen demonstreren. Dat plaatje kende ik, maar had niet door dat het uit deze film kwam.

[later]

De regisseur, Jūzō Itami, heeft meer films gemaakt. In een aantal kwam het beeld van de yakuza terug. Ik zocht net meer informatie op over zijn leven. Hij is hertrouwt met ‘Tampopo’ en ik las dat hij is omgebracht door de yakuza vanwege de manier waarop hij ze in beeld wilde brengen. Zijn dood werd in scene gezet zodat het op zelfdoding leek maar een latere bekentenis (Wikipedia) omschrijft hoe ze hem de keuze gaven: geschoten worden of van het dak springen met de kans het te overleven.

Lost in translation (2003)

In onze voorbereiding op een reis naar Japan keken we Lost in translation met Bill Murray en Scarlett Johansson, geregisseerd door Sofia Coppola. Dit was voor mij de tweede keer, al was de eerste keer zo lang geleden dat ik weinig meer van wist, behalve het sfeerbeeld dat me was bijgebleven.
Pas dit keer viel me op dat Charlotte, gespeeld door Johansson, net haar studie filosofie had afgerond. Ze zat met haar eigen existentie in de knoop. Niets leek haar echt te raken binnen die grijze hotelkamer met lampjes in het landschap. Buiten was er genoeg te zien en te doen, maar waar draaide het nou allemaal om?

Waar draait het om?

Zowel tijdens het kijken als schrijven ligt dit vertelpespectief me dicht op de huid. Het duurt niet lang meer en ik ben afgestudeerd filosoof. Wat betekent dat het gat begint. Ook ik vertrek hierna naar Japan, al ben ik van mening dat ik al wat verder ben in mijn leven. Letterlijk aangezien ik oud ben om van een studie af te komen vergeleken met het normatieve studentenleven. Daarnaast ben ik getrouwd met kinderen. Er is een huis en werk. Mogelijk ook wel een bestemming.