De afgelopen keren heb ik met wat meer overtuiging de teksten geschreven en geplaatst. Nu de zin in schrijven wegzakt zodra de temperaturen boven de 25 graden komen, geef ik de hitte daarvan de schuld. Toen bedacht ik dat ik een slechte Indo ben door niet tegen deze temperaturen te kunnen. Aha, Indo zijn! Een onderwerp dat de laatste week telkens terugkwam. Tijd voor een tekst.
Mijn familie
Indo zijn doe je niet alleen. Ik kom uit een gezin van drie en vanwege een opdracht interviewde ik mijn zusje over, onder andere, Indo zijn. Onze opa en oma kwamen met de boot uit Indonesië naar Nederland, al met een Nederlands paspoort. Onze vader is in Nederland geboren en midden jaren negentig wij ook. Dit betekent dat we onze oma herinneren met een zwaar accent. We verstonden haar dan ook vaak genoeg niet. Zij overleed toen wij op de middelbare school zaten. Omdat onze familie wat verder weg woonde, kwamen we er niet zo vaak. Als dat anders was geweest, hadden we wellicht meer van de cultuur meegekregen.
Anders
Wij spreken zelf geen Bahasa. Frituurden niet in de wok. Eigenlijk ging het in ons gezin niet anders dan bij andere Nederlandse gezinnen. Het verschil was pas te merken op het schoolplein, waar kinderen soms rare dingen zeiden zoals “Jouw vader is een poepchinees”. Het gevoel van anders zijn werd aangewezen. Wij hadden een lichte huid in combinatie met donkere ogen en donker haar. Wij waren Indo en Indo zijn, is anders zijn.
Pas vanaf mijn studententijd viel me op dat ik soms in het Engels wordt aangesproken. Het hielp vast niet dat mijn kleding afweek van de gemiddelde Nederlandse jongere. Ik ben me bewust van hoe ik anderen aanspreek omdat mijn benadering meer over mij kan zeggen, dan dat ik een ander ermee dien.
Dit was ook de periode dat de glans er wel af was. Op de basisschool leer je over mensenrechten en de grondwet. Een discriminatieverbod is de eerste en ondanks dat het niet mag, is het normaal.
Bij aardrijkskunde op de middelbare school, leerden we dat Nederland ooit het grootste moslim land ter wereld was met Indonesië als kolonie. Het heeft niet voor meer acceptatie gezorgd.
Wat ik wel zag, is dat de multiculturele samenleving leefde. Nou was mijn studententijd in Rotterdam, een stad die een grote diversiteit kent. Ik werd trots op die samenhang en het voelde als rijkdom van kennis, kunst en kunde. Hierin ben ik niet blind voor de nadelen. Ik denk alleen dat de Nederlandse samenleven evengoed nadelen kent en die cultuur zie ik óók als waardevol.
Aankomst
De integratie van Indo’s in Nederland heb ik zelf dus niet meegemaakt. Daar werd weinig over gesproken, behalve als mijn vader en ooms vertelden over de moeite die ze hadden met het vinden van werk. Ze waren volgens werkgevers ’te bruin’ voor werk in de dienstensector. Voor mij was dat bizar om te horen, tot ik terugdacht aan mijn oude werkgever, die me wilde laten omkleden omdat een rand van mijn tattoo te zien was. Dit was rond 2012 en ik vermoed dat mijn kinderen dit bizar zullen vinden om te horen. Het zijn oude denkbeelden die schuren omdat ze verouderd zijn in de huidige tijd.
In Nuri en Nino van Sriyanto en Wouter van der Spoel las ik een uitleg waarmee ik het beter begreep. De Nederlandse bevolking is voorgelogen over het aantal mensen dat zou komen. Er werd de belofte gedaan dat dit de laatste boot was, terwijl er nog veel mensen zouden volgen.
Ook las ik over de manier waarop Indo’s werden opgevangen. Vandaag de dag zijn er AZC’s met een zogenaamde bed, bad brood regeling. Maar destijds werden ze opgevangen in oude concentratiekampen, kazernes en pensions. In geval van het laatste, betaalden ze zelf de kosten voor onderdak en levensmiddelen. Soms tot jaren later.

Dit boek bevat heel veel informatie die ik niet meer aan mijn oma kon vragen. Ik kan het dan ook van harte aanbevelen. Er staat veel in over het leven van toen en welke uitdagingen ze meemaakten. Zonder er omheen te draaien.
Voordelen?
Een paar van mijn exen gaven toe dat ze op Aziatische kenmerken vielen. Dat werd snel duidelijk, aangezien al hun exen Indo’s waren. Het was gek om zo’n compliment te krijgen. Enerzijds is het leuk om mooi gevonden te worden. Anderzijds wil je niet op basis van je uiterlijk gewaardeerd worden. Was het wel wat geworden als ik blond was geweest?
Wat ik leuker vond, is als iemand gelijk zag dat ik Indo was. Ondanks donkere kenmerken is het toch niet overduidelijk voor iedereen. Er zijn genoeg Europeanen met een lichte huid en donker haar. Vervolgens vertelden ze vaak over hun liefde, die ook Indo was. Al zijn het vaak wel pittige vrouwen (niet mijn woorden).
Pasar
Gênant genoeg herinner ik me mijn eerste pasar malam (avond markt) niet. Ergens in de twintig, geloof ik. Het is sinds een jaar of drie wel een ding geworden. Ik bezoek ze ieder jaar in mijn woonplaats en soms, als het ons leuk lijkt, eentje erbuiten. Het boek kwam hier vandaan en het is ons moment waarop we sambal inslaan. De pasar is voor mij een evenement geworden waarop ik mensen zie die op mijn familie lijken. De batik prints doen me aan mijn oma denken en het is het enige moment in het jaar dat ik een es tjendol haal. Een paar jaar geleden bezocht ik een grotere markt, maar eerlijk: het stelde wat teleur. Hij wordt snel opgevuld met zaakjes die wierook, zilveren sieraden of ander spul verkopen waarmee ik de link niet leg. Hierbij mis ik dan ook de gamelan, Indonesische muziek waarbij er met hamers op een xylofoon wordt geslagen. Het heet een transcendente klank.
Op de markt zie ik ook weinig wajang poppen. Een terugkerend item in de huizen van mijn familie. Al moet ik zeggen dat ik er zelf ook geen heb. Nu ik naar plaatjes kijk van de poppen, denk ik dat ze wel een update kunnen gebruiken.
Voorbeeld: https://youtu.be/UEWCCSuHsuQ?si=QcYPROLZ_rZpToxF


Nu ik er langer bij stil sta, is de Pasar voor mij een plek om dichterbij een herkomst te komen die ik niet goed (genoeg) ken. Want ik ben nog nooit in Indonesië geweest. Af en toe zoek ik de ticketprijs op van vluchten naar Indonesië, maar echt goedkoop is het nooit.
Anak
Afgelopen week las ik ook over Anak Indië van Hetty Naaijkens-Retel Helmrich in de Mezza die onze buurman trouw door onze brievenbus duwt. ‘De kinderen van Indië’. Hij kwam ook voorbij in de groepschat. Bij toeval ontdek ik net dat hij zondag in de bios bij mij om de hoek draait… met dit soort afleidingen duurt het nog land voordat ik dit stuk publiceer.

Makan
Want er is nog een groot thema dat ik nog niet heb geraakt en dat is: eten.
Ikan pepesan, spekkoek, nasi, rendang, rijsttafel. Niet alles kreeg ik van huis uit mee. Ik heb een periode bij mijn oom ingewoond waar zijn vrouw de sambal goreng boontjes maakte. De Ikan pepesan volgens mij ook. Toen ik in onze lokale toko de pepesan in de vriezer zag liggen, namen we er een mee als makkelijke maaltijd. Sindsdien eten we redelijk frequent een pepesan. Rijstkoker aan, aubergine in de teriyaki marineren en de pepesan in de sousvide. Het duurt even maar is weinig werk.
Toen ik aan eten dacht, schoot door mijn hoofd dat ik eigenlijk een slechte Indo ben. Want welke Indo besluit vegan te eten?! Nou is dat oordeel onzin. Veganisme is nog niet lang populair dus ook niet in de Indische cultuur. Ik ben ook “de slechtste veganist ooit”*. Maar voor de lengte van deze tekst leg ik dat een latere keer uit. Toch, als ik moet zeggen welke vlees- en visgerechten ik het moeilijkst vind om te laten staan, dan zijn het de rendang en fried chicken van mijn man.
Meer
Er is nog zo veel dat ik niet heb genoemd. Het logo van deze site heeft een Indische oorsprong, ik vind de mythologie interessant, er is de reis die ik ooit nog een keer wil maken. Door de kolonisering (Boe!), besta ik (Jeej!) en mijn vermoeden is, dat dit vandaag de dag nog effecten heeft die we niet makkelijk kunnen herleiden. Daarnaast is Indo zijn onderdeel van een grotere groep Aziaten, en ook hiermee verhoud ik me (rijst wassen, rijstkoker, bescheidenheid).
Voor mijn gevoel ben ik ook nog niet op de essentie uitgekomen. Wat betekent Indo zijn nou voor mij? Dat beeld wordt grotendeels samengesteld door ervaringen waar ik geen toegang meer toe heb en dat niet weten, daar zie ik mensen verschillend mee omgaan.
Ik moet nog een tjobek zoeken die groot genoeg is voor de hoeveelheid bumbu die we maken…
