We zijn allemaal existentialist

“A man’s concern, even his despair, over the worthwhileness of life is an existential distress but by no means a mental disease.”
– Victor E. Frankl, uit Man’s search for meaning

In het boek Man’s search for meaning schrijft Victor Frankl over zijn tijd in het concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Frankl was professor neurologie en psychiatrie aan de universiteit van Wenen. In het tweede deel van het boek legt hij zijn theorie, logotherapie uit. Logotherapie vertrekt vanuit het idee dat de mens wordt gedreven door de existentiële betekenis en beschrijft hij als “will to meaning”. Dit staat in contrast met Freud, die uitgaat van de will to pleasure en Adler, die de will to power beschrijven als motivatie van de mens.

Het is een prachtig boek dat een inkijk geeft in hoe het leven er destijds uit zag. Het spreekt vooral omdat ik er ook van overtuigd ben dat mensen met suïcidale gedachten niet zijn plat te slaan met suïcidaliteit als diagnose. Ik denk dat veel, als niet iedereen, zich wel eens afvraagt waar zijn/haar/het leven toe doet. Het niet hebben van een antwoord, en daar moeite mee hebben is per definitie existentieel in plaats van suïcidaal. In dat geval moeten mensen begeleid worden in hun zoektocht. Frankl doet dit middels logotherapie.

Een liefdesbrief aan TN

‘My loveletter to sketching’, ‘loveletter to journaling’. Video’s die me voorgesteld werden omdat het behang van mijn bubbel bestaat uit papierwaren, vulpennen en schetsboekencontent. Toen ik ze keek was het gewoon een redevoering voor hun hobby. Wat niet verkeerd is. Alleen geen liefdesbrief.


TN,

Wat heb ik na jaren nog te schrijven, dat niet al begrepen is. Het doet me goed je te zien. Je betekent meer voor mijn gedachten dan het leven zonder jou ooit gedaan heeft. Er zijn periodes geweest, te lang, dat ik er niet bij stil stond. Dat ik je kort vergat. Desondanks is het weerzien nooit beladen geweest met schuldgevoel. Iets dat me van nature dichtbij staat. Het is de warmte waarin ik me verbonden voel. De uitnodiging om authentiek te blijven en geaccepteerd te worden in stilte.
We deelden de koffie in de cafés waar ik schreef en jij zwijgzaam toekeek. Je vergezelde me naar huis na late avonden op de opleiding. De trein naar Berlijn. Uitwaaien op Texel. Als ik het niet meer wist, maakte jij het duidelijk. Inmiddels hebben we beiden onze krassen en beiden zijn er mooier van geworden.

Liefs,


*TN staat voor Travelers Notebook van het merk Traveler’s Company. Vroeger onder de naam Midori.

Berlijn, Luiban:

De vrijwilligheid van gedachten

Afgelopen week schrok ik van de timer. Die had ik vijftien minuten ervoor zelf ingesteld, maar onderschat met welk volume hij zou afgaan. Intussen was ik bezig met een écrire automatique, een oefening om op gang te komen met schrijven waarin je voor een korte periode de pen niet van het papier haalt en schrijft wat er in je opkomt. Mijn schrik is zichtbaar in het laatste woord.
Het besef dat ik geen controle had over mijn reactie verwonderde me. Er was geen moment waarop ik besloot te schrikken. Het gebeurde gewoon. Had ik het voorkomen als mijn gedachten meer bij de timer waren geweest? Waarschijnlijk een beetje.

Voordat ik ’s ochtends opsta, lees of kijk ik iets om mijn dag met een rustig hoofd te beginnen. Dit is een gewoonte geworden, maar zeker in mijn slaapdronkenschap heb ik soms de neiging om het nieuws mee te krijgen. De titels alleen maken al iets los dat ik niet wil. Zo zei mijn docent Media dat de media niet bepaalt wat mensen denken, maar wel waarover gedacht wordt. Hoe vrijwillig denk ik over het wereldtoneel na als ik ’s ochtends opsta met het nieuws?
Ik denk terug aan Schopenhauer in Theaters Tilburg. Een productie van Stefaan van Brabandt waarin Schopenhauer tot leven komt en onder andere praat over ‘die Wille’. Er is toch iets dat macht heeft over mij. De wil kon me niet beschermen tegen schrik maar wel kiezen voor een andere ochtendinvulling dan het nieuws.

Beeld van Koen Broos.

Tampopo (1985), de noedelwestern

Deze film stond al een tijdje op ons lijstje om te kijken. We wisten alleen niet meer waarom. Toen de film begon werden we er al snel aan herinnert. Ergens in de opening zit een scene waarin twee mannen de kunst van het eten van ramen demonstreren. Dat plaatje kende ik, maar had niet door dat het uit deze film kwam.

[later]

De regisseur, Jūzō Itami, heeft meer films gemaakt. In een aantal kwam het beeld van de yakuza terug. Ik zocht net meer informatie op over zijn leven. Hij is hertrouwt met ‘Tampopo’ en ik las dat hij is omgebracht door de yakuza vanwege de manier waarop hij ze in beeld wilde brengen. Zijn dood werd in scene gezet zodat het op zelfdoding leek maar een latere bekentenis (Wikipedia) omschrijft hoe ze hem de keuze gaven: geschoten worden of van het dak springen met de kans het te overleven.

Lost in translation (2003)

In onze voorbereiding op een reis naar Japan keken we Lost in translation met Bill Murray en Scarlett Johansson, geregisseerd door Sofia Coppola. Dit was voor mij de tweede keer, al was de eerste keer zo lang geleden dat ik weinig meer van wist, behalve het sfeerbeeld dat me was bijgebleven.
Pas dit keer viel me op dat Charlotte, gespeeld door Johansson, net haar studie filosofie had afgerond. Ze zat met haar eigen existentie in de knoop. Niets leek haar echt te raken binnen die grijze hotelkamer met lampjes in het landschap. Buiten was er genoeg te zien en te doen, maar waar draaide het nou allemaal om?

Waar draait het om?

Zowel tijdens het kijken als schrijven ligt dit vertelpespectief me dicht op de huid. Het duurt niet lang meer en ik ben afgestudeerd filosoof. Wat betekent dat het gat begint. Ook ik vertrek hierna naar Japan, al ben ik van mening dat ik al wat verder ben in mijn leven. Letterlijk aangezien ik oud ben om van een studie af te komen vergeleken met het normatieve studentenleven. Daarnaast ben ik getrouwd met kinderen. Er is een huis en werk. Mogelijk ook wel een bestemming.

Het is de illusie

Gisteren begon ik aan een klein projectje met textiel. Klein omdat het niet lang zou duren. Heb je ooit een one day build van Adam Savage gezien? Spoiler: ze duren zelden echt een dag. Ook was het klein omdat ik met mini steekjes een 100 yen munt borduurde op chinkat, ongebleekt katoen, mijn favoriete materiaal om geen toile mee te maken, maar een eindproduct. Ik vond een mooie afbeelding van de kersenbloesem op de achterzijde van de munt en begon.

Het duurde lang, maar dat vond ik niet erg. Er was immers het vooruitzicht dat het de moeite waard was. De avond ging voorbij en in gedachten puzzelde ik met de schaduw in stikjes. Als ik kijk, dan zie ik drie bloemen met boven en onder twee knoppen. Kijk ik door mijn wimperharen – de weinige die ik heb – dan zie ik vooral de schaduwen onderaan de rand en de stampers die een blur worden. Hiertussen moet ik een vertaling maken naar draad. Een doorlopende lijn leest rustiger en kijkt fijner, een doorbroken lijn is vergeeflijker voor foutjes. Het ging er niet om de bloesem na te maken, het was de kunst om de illusie te wekken dat het bloesem was.

Zo zag ik afgelopen week ook een video voorbij komen waarin onderstaand shot werd beschreven. Het komt uit een Ghibli film van Miyazaki. Het is beter te zien in de gif. Maar alleen de glinstering op de rotsen beweegt. Soms glijdt er een blad voorbij, maar het water is verder niet geanimeerd, alleen de reflectie erop.

Ik dacht terug aan afgelopen week. Toen had ik een gesprek op stage over mijn moeite om filosofische concepten uit te drukken in beeld. Hierop was de wedervraag of er dan niet iets als perfectionisme op de loer lag, en hoewel dat altijd een risico is, lukt het me slecht te verbeelden wat ik bedoel. Maar mogelijk is dat het probleem (naast perfectionisme). Het is de kunst om de illusie van het verbeelde te maken.

Nog een voorbeeld hiervan is Mondriaan. Hieronder staat de Victory boogie woogie. Bij Mondriaan stelde ik me strakke schilderijen voor. Maar toen ik onderstaande van dichtbij bekeek, zag ik hoe ‘slordig’ het geschilderd was. We denken rechte lijnen te zien. Duidelijkheid. Maar het is er niet uit opgebouwd.

Vandaag maakte ik het etuitje af. Het geduld was vertrokken en met de voering ging iets mis. Ik had ook niet echt zin om er nog voering in te zetten. Toch was het beter met. Het is persoonlijk, want ik kan er niet tegen als de voering niet aansluit aan de buitenlaag. Dan zit er nog ruimte tussen en dat.. voelt verkeerd? Vast heel persoonlijk. Het weinige kleingeld dat over was van mijn vorige Japanreis zit nu in dit etui. Mogelijk maak ik er nog een bevestiging aan, en dan kan hij aan mijn tas.

Het borduursel is groter dan een twee euromunt, maar niet heel veel. De etui is ongeveer 8 cm breed.

Kayari buta en aardbeienpotjes

Sinds 2024 heb ik keramiek opnieuw leven ingeblazen als hobby. Op de Willem de Kooning Academie in Rotterdam volgde ik keramiek als minor. Hier heb ik geleerd om mallen te gieten en kort de basics van de draaischijf over mijn zwarte kleding gesmeerd. Terugdenkend aan die maandag avonden hoor ik Daftpunk terwijl we collectief de werkplaats opruimen met grote bezems vol kleistof.

Per 2024 begon ik met een workshop handvormen (handbuilding) in Bunk, Utrecht. Hiervoor had ik huiswerk gedaan, waardoor ik een paar schetsen had van wat ik wilde maken. Dit lukte erg goed en was zo blij met het resultaat, dat ik de andere schetsen ook wilde proberen. Toen kwam er een Pinterestbord bij met inmiddels ruim 300 pins. Ik haal inspiratie uit o.a. rituelen, mythologie en glaswerk om weer te verwerken in klei. Het laten stoken lukt ook. Er zit een studio in mijn woonplaats en de keramiek groothandel Silex is niet ver weg. Een kleine verzameling glazuren en gereedschap begon te groeien. Af en toe overweeg ik een digitale keramiek winkel te starten maar voordat het zo ver is, experimenteer ik met ontwerpen, materialen en wat ik het allerliefste maak: kayari buta en aardbeienpotjes.

Kayari buta zag ik voor het eerst in Japan. Het zijn keramische biggen waarin wierrook tegen muggen wordt gebrand. Ze zien er zo vredig uit. Je ziet ze bij akiya huizen staan in de zomer. Krekels op de achtergrond. Zinderende hitte en een schattig rokend biggetje op de stoep.

Obsidian – Sharpen your thinking

In de eerste jaren van mijn studie filosofie ontdekte ik Obsidian als app voor aantekeningen. Ik was bekend met Evernote en Zettelkasten, maar zocht iets dat perfect bij mijn vorm van denken paste (los van analoog schrijven). Zo kwam ik uit bij Obsidian en dat ik mijn nummer een aanrader voor iedereen die informatie wil bewaren, archiveren en relateren om later werk mee te kunnen maken.

Het programma werkt met een grid, vergelijkbaar met een neuraal netwerk:

De bolletjes stellen de onderwerpen voor, de lijnen zijn de relaties. De kleur bevat het type informatie en is in te stellen zoals je wilt. Des te groter de bol, des te meer relaties. Hiernaast zweven ook nog losse bollen, die zijn nog niet gerelateerd en als ze grijs zijn, dan staat er nog geen tekst in en is het simpelweg een placeholder om op een later moment verder in te vullen.

De kracht van Obsidian zit in de inhoud. Door de aantekeningen uit mijn lessen te noteren en uit te breiden met mijn gedachten op het onderwerp, kan ik op een later moment opnieuw een verdiepingsslag opvissen om mijn essay of argumentatie mee te verrijken. Zo verbaas ik mezelf weleens doordat ik begrippen en filosofen in mijn archief heb zitten, waarvan ik niet meer wist dat ik ze bestudeerd had.
Omdat ik iedere keer een beetje informatie toevoeg en uitbouw, is mijn Obsidian telkens een beetje beter en vollediger. Dit is zo mijn filosofisch erfgoed geworden.

Misschien interessant: Er is een telefoon versie waarmee je onderweg aantekeningen kunt toevoegen. Dan zijn je aantekeningen realtime gelijk op al je devices. Deze optie is niet gratis, maar mijn man gebruikt hem wel en is er blij mee.

Voor meer informatie over Obsidian raad ik aan om een van de vele video’s te kijken op Youtube. Hier leggen PhD studenten uit hoe ze hun studies overleven door het gebruik van de app.
Of ga zelf aan de slag via: Obsidian – Sharpen your thinking
(Niemand leest dit blog, dit is geen affiliate link)

De kroonjurist van het derde rijk

Onderweg naar het theater spraken we over ‘gelieerd zijn’. Want moet je naar een evenement gaan, als de sprekers controversieel zijn? Jouw deelname kan ervoor zorgen dat jij eraan gekoppeld raakt tegen wil en dank. Als je gaat, laat het dan in ieder geval een bewuste keuze zijn en als je niet bewust bent, ga dan niet.

Een uur later zaten we tegenover de politiek-filosoof Carl Schmitt (1888-1985), gespeeld door Hans Dagelet in de theatervoorstelling van Bo Tarenskeen. Schmitt werd geïnterviewd door een mensenrechtenadvocaat (Tarenskeen). De antwoorden van Schmitt zijn poëtisch. Hij gebruikt ze om te zeggen dat zijn aandeel in de Tweede Wereldoorlog kleiner was dan gedacht. Zo had hij maar drie jaar bij de SS gezeten, waar hij uit werd gezet. Hij was het ook niet eens met Hitler. Die had hem verkeerd begrepen. En dat beroepsverbod dat hem door de Amerikanen werd opgelegd, dat was omdat ze de macht hadden om dit te doen. Vertoon!
Maar ik zei poëtisch en vervolgens sla ik Schmitt plat. Poëtisch omdat zijn opvatting van vriendschap tot utopische verbeelding spreekt. Poëtisch omdat het leed van een geïndividualiseerde samenleving pijn doet. Leed dat we begrijpen omdat wij het ook voelen. Soms nam Schmitt je mee in gedachtelijnen tot er een wrange conclusie op tafel lag. Op andere momenten nam hij je volledig mee. Wat nog enger was, want ben ik het nu met hem eens? Vergeet niet dat hij geen domme man was. De retorica maar ook kritiek op argumentatie stond dichtbij hem. Het dwingt om aandachtig te luisteren en naar de lagen te kijken.

Hoe doen we dat nu? Met Gaza en Israël bijvoorbeeld. Eerder die avond vonden we immers dat je al moet weten waar je heengaat, om te beslissen of je gaat. Nou ja, je zou natuurlijk ook een kleine eeuw later naar de theatervoorstelling kunnen gaan.

Wat is een bakfietsbarong?

Eigenlijk zijn het twee vragen:

Wat was bakfietsbarong?
En
Wat is bakfietsbarong nu?

De naam bakfietsbarong begon met ons plan om de auto in te ruilen voor een elektrische bakfiets. We wonen in een stad waar alles te fietsen is en vanuit werk hebben we beiden een OV vergoeding. Dus waarom nog die auto die geld slurpt en niet duurzaam is? Het antwoord plus onze andere bakfietsoverwegingen zouden op bakfietsbarong.nl komen. Ik heb er zelfs een logo voor laten maken door een professionele grafisch ontwerper (mijn zusje).
En toen? De fiets is er eindelijk! De auto helaas ook nog. Er staan al teksten klaar om te publiceren en dat heb ik vanwege perfectionisme (nog) niet gedaan.

Inmiddels heb ik een site en de behoefte om wat te publiceren, alleen niet (uitsluitend) over een bakfiets. Ik kom langzaam tot het besef dat mijn interesses en vaardigheden samenvallen. In wat precies weet ik nog niet. Maar het bestaat allemaal naast en met elkaar. Dus waarom zou ik een site inrichten op één deel van het geheel? Mogelijk is het dan makkelijker te begrijpen wat de site is. Maar dit is mijn site en als een ander het niet begrijpt, dan is dat oké.

En die barong?
Een barong is de koning der geesten en symboliseert de strijd tussen goed en kwaad. Hij komt voor in de Indische cultuur (en andere culturen zoals de Filipijnse waar ik te weinig van weet om universele claims te maken). Laat ik nou Indo zijn.
Los daarvan houd ik van de uitstraling van de barong. Met zijn grote, wilde ogen moet hij recht door je heen kijken tot op je geest. Is het manie? Is het woede? Waarom kiezen als je beide kunt hebben?!