Do it tomorrow (2006)

Dit boek stond op het veel te korte verlanglijstje van mijn man en kreeg hij voor vaderdag. Hij is het type dat de boeken die hij wil onderzoekt voor aanschaf en zo ook dit boek. Mark Forster is ziek. Ik weet niet meer precies wat hij heeft. Wel dat het een slechte prognose had en ik liever nu een boek koop, dan later. Dan gaat de opbrengst nog naar hem. Lang verhaal kort: Mijn man had veel aan het boek en nu lees ik het.

Veel is momenteel niet op mijn werkend leven van toepassing. Soms grap ik dat ik met pensioen ben. Soms ben ik tradwife. Mijn oudste noemt het: werkloos.
Het is allemaal niet juist. Ik studeer, loop stage en ben een belabberde huisvrouw.

Busy work
Maar… wat zeer waar is: momenteel ervaar ik mijn stage als uitdagend. Moeilijk. Soms, niet altijd. Het is dan makkelijker om wat Forster busy work noemt, te gaan doen. Werk dat eruit ziet als werk, maar niet het echte werk omvat. Dus e-mails beantwoorden, teksten schrijven. Terwijl, paradoxaal genoeg, het echte werk (filosoferen) eruit ziet alsof ik niks doe. Dit is nieuw.
Eerder heb ik werk wel eens moeilijk gevonden. Moeilijk omdat het veel nieuwe feitjes waren om te onthouden of omdat ik een vaardigheid moest gebruiken die me tegenstond. Vaker was het moeilijk om de hoeveelheid werk in een parttime bezetting te gieten en met ouderschapsverlof in nog minder uren. Het zorgde ervoor dat ik veel principes uit Do it tomorrow al toepaste. Maar echt uitgedaagd werd ik niet. Dat was prima, want mijn studie vulde de uitdaging aan.
Wat betekent dat ik tijdens deze stage voor het eerst wordt ingezet op mijn kracht. Waarvan ik dacht dat het eenvoudig zou zijn, blijkt het juist uitdagend/lastig. En dat is dus precies waar ik moet zijn.

Backlog
Momenteel zit ik in stap 1: Mijn complete achterstand (backlog) verzamelen. Op het schoolbord in de woonkamer staan taken in verschillende kleuren krijt op het bord. Het is nog niet volledig, want van creatieve projecten (paars) staan er maar drie op. Dat kan gewoon niet juist zijn!
School (geel) krijgt vorm. Soms vind ik de hoeveelheid overweldigend. Maar ik heb een jaar de tijd en alles staat er.
Huis (wit) is uitgebreider dan ik dacht. De taken duren langer en zijn duurder. Schuur en verf maar even de trap. Maak een meterkast. Leg leidingen om. Verf de woonkamer.

Maar, het is uitgeschreven en daarmee niet meer zo zwevend in mijn hoofd. De volgende stap, is het noteren van de tijd die ze kosten in minuten. Die tel je op. Delen door zestig. Maal het aantal uur dat je werkt op een dag en dan weet je hoeveel dagen het kost om de totale achterstand in te lopen. Ongemakkelijk?

Over zelfhulpboeken
In een video van [???] zag ik een kritiek op zelfhulpboeken. Ik heb even gezocht en ik kan de video zo niet vinden. Anyway: een psycholoog die argumenten gaf tegen het lezen van zelfhulpboeken. Eigenlijk had ik niet verwacht dat je ooit tegen het lezen van boeken kon zijn. Niet in deze hedendaagse tijd.
Maar mijn weerstand zat in zelfhulp. Want wanneer is een boek een zelfhulpboek? Ik zag The subtle art of not giving a f*ck (2016) Mark Manson in het rijtje staan. Leuk boek, meer een verzameling blogteksten, wat me inspireerde in haalbaarheid. Echter zou ik het geen zelfhulpboek noemen. Voor mij was dit non-fictie entertainment.
Ook werd het ‘oude wijn in nieuwe kruiken’ argument gemaakt. Dat geloof ik wel. Mijn eerste indruk was ook dat het dubieus is om met bestaande ideeën geld te verdienen. Toch is dit niet per se het hele verhaal. Zeker niet als ik filosofie als voorbeeld neem. In Filosofie voor een weergaloos leven (2018) van Lammert Kamphuis, neemt hij ons aan de hand met het denken van verschillende filosofen. Publieksfilosofie en zelfhulp. Het boek waardoor mijn interesse naar filosofie werd geboren. Dit moet een goed boek zijn geweest – voor mij – want ik had een filosofie vak op een vorige opleiding en daar is het vlammetje nooit gaan branden. Dat wijt ik ook een klein beetje aan de docent waarvan ik de naam niet meer weet. Hij stond er met overgave. Vast. Ik voelde er alleen niets voor.





Leviathan: esthetisch, zeemonster en subliem.

Mijn stageplan miste nog een beeld. Hiervoor koos ik een foto van Texel (2021), hieronder afgebeeld. Onderweg naar de zee. Want ik zie mijn stage en opleiding als een ‘op weg zijn’.

Maar zie ik mijn bestemming dan ook als de zee?

Gezien het thema van mijn stage, suïcidaliteit, wil ik niet het beeld oproepen om de zee in te lopen en nooit meer terug te komen. Maar in de context is het moeilijk om hier niet aan te denken. Een bias (Every Cognitive Bias in One Infographic).

Maar dat is het dus niet.

Wat het wel is: overweldigend. Ik heb de zee altijd met zinderende angst en ontzag bekeken. Een soort uitgestrekte grootsheid. Denk aan het schilderij Der Wanderer über dem Nebelmeer, 1818, van Caspar David Friedrich (1774-1840). Vertaald in het Nederlands is het Wandelaar boven de mist, maar in het Engels is het Wanderer above a sea of fog. Toch weer een zee.

Dit schilderij is een toonbeeld van de romantiek. Een tijd waarin wetenschappelijke kennis opkwam en het een romantische en spiritele tegenreactie kreeg. In dit schilderij voelen we “a feeling that we cannot comprehend” zoals James Payne het mooi verwoord in: https://www.youtube.com/embed/c3NmCvrUYUA?si=UtGe8QgElV2VKuBR

Zo zegt Payne dat het schilderij de kijker niets biedt om aan vast te houden. Het geeft een gevoel van zweven. Iedereen kent het gevoel van alleen zijn in de natuur op een uitkijkpunt.

Uit Pride and Prejudice (2005)

Uit Sherlock, the hounds of Baskerville (BBC, 2012)

Het kan een gevoel zijn van overgave, eenzaamheid of inkeer. Payne voegt empowerment toe aan de lijst. Zelf houd ik er een gevoel van overweldiging aan over. Leviathan, het woord dat ik ken als groots drijft naar boven.
De herkomst blijkt relevant voor het beeld. Uit het Hebreeuws vertaald is Leviathan een grote zeeslang of zeemonster. Aquinas (1225-1274) beschreef Leviathan als de demon van jaloezie in Job 41:1-24. Het was immers een monster ongeëvenaard. Het is het symbool geworden van levensbedreigende kracht.
Friedrich omschreef deze uitgestrektheid als het sublieme. Al weet ik niet zeker welke betekenis hij hieraan gaf. Een esthetische ervaring, dat zeker. Maar er zijn verschillen onder filosofen. Zo dacht Burke (1729-1797) dat het sublieme zonder werkelijke bedreiging is. Kant (1724-1804) zag het als iets dat we niet kunnen verbeelden, maar met behulp van de ratio toch kunnen vatten. Hij zegt niets over de dreiging.

Levensbedreigend en subliem. Een uiteenlopende, maar treffende omschrijving om de zee mee te vatten. Terwijl ik schrijf over mist/zee, keert mijn blik naar de toeschouwer. Want het is de verhouding tussen de toeschouwer en de res extensa, de waarneembare wereld, die hier centraal staat. Waardoor ik denk dat het niet draait om de zee, of om mij als waarnemer. Maar om de relatie tussen de stage en mijzelf.

Mother Nature cried
“You are Leviathan, my child
You are Leviathan inside”
Mother Nature sighed
“What hell is this I made this time?
You are Leviathan in size”

– St. Vincent in het nummer Pieta
(https://www.youtube.com/embed/wzr8xPltTQQ?si=GIushc-E4Qbfa3aC)

After life (1998)

De weinige spoilers die erin zitten zijn heel uneventful en doen niets aan de beleving van de film.

De trailer kwam onverwachts voorbij en ik dacht eerst dat The lantern of lost memories een eigen film had. Toen ik het opzocht las ik dat After life (1998) van Hirokazu Kore-eda en The lantern of lost memories van Sanaka Hiiragi geen relatie hebben. Nadat ik nu beide las en keek, zie ik duidelijke verschillen, naast de overeenkomsten. Beide zijn prachtig.

In beide wordt een overledene gevraagd om een mooie herinnering uit te kiezen. Het dwingt je, ook als kijker, te reflecteren op je leven. Want als jij een herinnering mocht uitzoeken, wat kies je dan?

In de verhalen is het niet makkelijk en in mijn werkelijkheid ook niet. Want het voelt verkeerd om een herinnering te kiezen waarin niet alle gezinsleden voorkomen. Onze trouwdag bijvoorbeeld. Het was zeker een highlight in mijn leven maar de jongste was er nog niet. Nu ik erover nadenk, zaten er geen trouwdagen in de verhalen. Mogelijk omdat het zo’n ontzettend cliché is.

In het moment weet ik nog niet dat het een herinnering gaat worden. Wel zijn er momenten dat ik bewust ben van de gedachte dat dit een tijd is waarop ik in de toekomst ga terugkijken. Turend in het landschap dacht ik eraan terwijl ik op een hoge verdieping op werk stond. Ik zag de auto’s over de snelweg onder de borden zoeven. De herinnering is vaag.
Over het algemeen zou ik zeggen dat ik te veel in mijn hoofd zit om op aarde te zijn. Dat wijs ik aan als reden waarom ik niet veel herinneringen maak. Alleen een losse gedachte is moeilijk te onthouden. Koppel het aan een sensatie, en het wordt makkelijker.

Terug naar de geleefde wereld.
Het was fictie, en toch geniet ik ervan om te zien hoe mensen vertellen over hun leven. Ik zoek het terug, maar ik herinner me dat Kore-eda interviews heeft afgenomen bij honderden mensen om ze te bevragen over hun leven. [Gevonden! Meer dan 500 interviews!] Dit was onverwachts heel toepasbaar, omdat ik momenteel bezig ben met een kwalitatief onderzoek. De vragen waren niet geweldig (suggestief en gesloten) maar de emotie en woorden van de bevraagden wel. Hij zei het volgende:

“I comprehended little of what I saw, but I remember thinking that people forgot everything when they died. I now understand how critical memories are to our identity, to a sense of self”

Sense of self. Ook wat je niet herinnert is onderdeel van jou. Dit besprak ik laatst op stage, aangezien mijn herinneringen waren. Desondanks hebben ze me gemaakt tot wie ik ben vandaag. Ze zijn geïnternaliseerd en dat telt ook.
Het zelf is een thema aan het worden op deze site. Ik ben zo egoïstisch geweest om mijn leven om mijzelf te laten draaien. Zo ben ik gaan studeren, niet om geld te verdienen of op een plek te komen, maar omdat ik hier zin in had. Deze site begon als mijn externe dagboek waarin ik nagenoeg geen rekening houd met een lezer. (Of het te volgen is, is ondergeschikt. Sorry!) Ook mijn filosofie is persoonlijk in stijl. Ik merk dat, als ik mijzelf in het werk leg, het eindproduct beter wordt. Doorleefde kennis heeft een zelf nodig.

De dualiteit van jezelf en je zelf

Eigen beeld

In de video van Rajiv Surendra getiteld BECOMING YOUR OWN BEST FRIEND. Beschrijft hij een zwaar moment. Hij kan geweldig vertellen, dus kijk de video. Maar in het kort dacht hij erover na om van de brug te springen, waarnaast hij zichzelf (een tweede zelf) als vriend toesprak en hij naar huis fietste. In de video spreekt hij over twee kanten. Op momenten klinkt het alsof er twee versies van hem in een persoon leven, maar dan op de beste manier mogelijk. Geen zelf binnen het zelf, maar een zelf naast het zelf.

https://www.youtube.com/embed/ZlATD_g0y9Y?si=lQIOi9gePHetbgkS

Het idee om jezelf toe te spreken als vriend is me niet nieuw. In 2021 zat dit als oefening tussen de online lessen die ik via de psycholoog aangeboden kreeg. Wat zou je tegen een goede vriend of vriendin zeggen in deze situatie? En kun je jezelf op deze manier behandelen? Het is een cheatcode om aardiger te worden voor jezelf.

Die dualiteit las ik ook terug in het essays van Eef Schoolmeesters. Ik plak de links hieronder. Want de filosofie bespreekt het dualisme wat ooit begon met Descartes en de scheiding van lichaam en geest.

Haar eerste essay: Ook Socrates poept: een filosofische reflectie op Prikkelbare Darm Syndroom via de existentiële, esthetische en talige impact van het veranderde lichaam.
Het tweede essay: Esthetiek en het veranderde lichaam

Nu met mijn zoektocht over de wereld van PDS, Prikkelbaar Darm Syndroom, kwam ik hier opnieuw uit vanwege de gut-brain axis. Zelf ervaar ik een scheiding tussen mijn lichaam en bewuste gedachten. Wat mogelijk onderdeel is van mijn PDS probleem, aangezien ik ook de relatie zie.
Als voorbeeld: wanneer je een afspraak hebt bij de tandarts en daar spanning bij ervaart, dan merken meesten mensen dat aan hun darmen. Nou was ik afgelopen week bij de tandarts (controle) en ondanks dat ik niet bewust zenuwachtig was, voelde ik een verandering in mijn ademhaling en mijn buik. Dat de afspraak de oorzaak is en het effect in mijn lijf een gevolg is zeker. Maar wat als ik alleen het gevolg voel (pijn!) en niet de oorzaak weet? [To be continued.]

Terugkomend op het zelf en een tweede zelf, zag ik afgelopen week een verhaal over een koppel. Als een opmerking verkeerd viel, dan werd het gehoord door de vijfjarige versie van zichzelf, die terug sprak. Wat de vijfjarige in de ander weer aansprak. Op dat moment hadden ze geen discussie meer met elkaar maar waren het de vijfjarigen in hen die aan het ruziën waren.
In het verlengde ligt een School of Life video waarin werd gepleit jezelf aan te spreken als de vijfjarige die je ooit was. https://www.youtube.com/embed/66rJJshZHts?si=T6xuy4ks62VSTCkb

Je zelf als vriend,
Je zelf als onderbewuste,
Je zelf als lichaam,
Je zelf als vijfjarige.



We zijn allemaal existentialist

“A man’s concern, even his despair, over the worthwhileness of life is an existential distress but by no means a mental disease.”
– Victor E. Frankl, uit Man’s search for meaning

In het boek Man’s search for meaning schrijft Victor Frankl over zijn tijd in het concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Frankl was professor neurologie en psychiatrie aan de universiteit van Wenen. In het tweede deel van het boek legt hij zijn theorie, logotherapie uit. Logotherapie vertrekt vanuit het idee dat de mens wordt gedreven door de existentiële betekenis en beschrijft hij als “will to meaning”. Dit staat in contrast met Freud, die uitgaat van de will to pleasure en Adler, die de will to power beschrijven als motivatie van de mens.

Het is een prachtig boek dat een inkijk geeft in hoe het leven er destijds uit zag. Het spreekt vooral omdat ik er ook van overtuigd ben dat mensen met suïcidale gedachten niet zijn plat te slaan met suïcidaliteit als diagnose. Ik denk dat veel, als niet iedereen, zich wel eens afvraagt waar zijn/haar/het leven toe doet. Het niet hebben van een antwoord, en daar moeite mee hebben is per definitie existentieel in plaats van suïcidaal. In dat geval moeten mensen begeleid worden in hun zoektocht. Frankl doet dit middels logotherapie.

De vrijwilligheid van gedachten

Afgelopen week schrok ik van de timer. Die had ik vijftien minuten ervoor zelf ingesteld, maar onderschat met welk volume hij zou afgaan. Intussen was ik bezig met een écrire automatique, een oefening om op gang te komen met schrijven waarin je voor een korte periode de pen niet van het papier haalt en schrijft wat er in je opkomt. Mijn schrik is zichtbaar in het laatste woord.
Het besef dat ik geen controle had over mijn reactie verwonderde me. Er was geen moment waarop ik besloot te schrikken. Het gebeurde gewoon. Had ik het voorkomen als mijn gedachten meer bij de timer waren geweest? Waarschijnlijk een beetje.

Voordat ik ’s ochtends opsta, lees of kijk ik iets om mijn dag met een rustig hoofd te beginnen. Dit is een gewoonte geworden, maar zeker in mijn slaapdronkenschap heb ik soms de neiging om het nieuws mee te krijgen. De titels alleen maken al iets los dat ik niet wil. Zo zei mijn docent Media dat de media niet bepaalt wat mensen denken, maar wel waarover gedacht wordt. Hoe vrijwillig denk ik over het wereldtoneel na als ik ’s ochtends opsta met het nieuws?
Ik denk terug aan Schopenhauer in Theaters Tilburg. Een productie van Stefaan van Brabandt waarin Schopenhauer tot leven komt en onder andere praat over ‘die Wille’. Er is toch iets dat macht heeft over mij. De wil kon me niet beschermen tegen schrik maar wel kiezen voor een andere ochtendinvulling dan het nieuws.

Beeld van Koen Broos.

Het is de illusie

Gisteren begon ik aan een klein projectje met textiel. Klein omdat het niet lang zou duren. Heb je ooit een one day build van Adam Savage gezien? Spoiler: ze duren zelden echt een dag. Ook was het klein omdat ik met mini steekjes een 100 yen munt borduurde op chinkat, ongebleekt katoen, mijn favoriete materiaal om geen toile mee te maken, maar een eindproduct. Ik vond een mooie afbeelding van de kersenbloesem op de achterzijde van de munt en begon.

Het duurde lang, maar dat vond ik niet erg. Er was immers het vooruitzicht dat het de moeite waard was. De avond ging voorbij en in gedachten puzzelde ik met de schaduw in stikjes. Als ik kijk, dan zie ik drie bloemen met boven en onder twee knoppen. Kijk ik door mijn wimperharen – de weinige die ik heb – dan zie ik vooral de schaduwen onderaan de rand en de stampers die een blur worden. Hiertussen moet ik een vertaling maken naar draad. Een doorlopende lijn leest rustiger en kijkt fijner, een doorbroken lijn is vergeeflijker voor foutjes. Het ging er niet om de bloesem na te maken, het was de kunst om de illusie te wekken dat het bloesem was.

Zo zag ik afgelopen week ook een video voorbij komen waarin onderstaand shot werd beschreven. Het komt uit een Ghibli film van Miyazaki. Het is beter te zien in de gif. Maar alleen de glinstering op de rotsen beweegt. Soms glijdt er een blad voorbij, maar het water is verder niet geanimeerd, alleen de reflectie erop.

Ik dacht terug aan afgelopen week. Toen had ik een gesprek op stage over mijn moeite om filosofische concepten uit te drukken in beeld. Hierop was de wedervraag of er dan niet iets als perfectionisme op de loer lag, en hoewel dat altijd een risico is, lukt het me slecht te verbeelden wat ik bedoel. Maar mogelijk is dat het probleem (naast perfectionisme). Het is de kunst om de illusie van het verbeelde te maken.

Nog een voorbeeld hiervan is Mondriaan. Hieronder staat de Victory boogie woogie. Bij Mondriaan stelde ik me strakke schilderijen voor. Maar toen ik onderstaande van dichtbij bekeek, zag ik hoe ‘slordig’ het geschilderd was. We denken rechte lijnen te zien. Duidelijkheid. Maar het is er niet uit opgebouwd.

Vandaag maakte ik het etuitje af. Het geduld was vertrokken en met de voering ging iets mis. Ik had ook niet echt zin om er nog voering in te zetten. Toch was het beter met. Het is persoonlijk, want ik kan er niet tegen als de voering niet aansluit aan de buitenlaag. Dan zit er nog ruimte tussen en dat.. voelt verkeerd? Vast heel persoonlijk. Het weinige kleingeld dat over was van mijn vorige Japanreis zit nu in dit etui. Mogelijk maak ik er nog een bevestiging aan, en dan kan hij aan mijn tas.

Het borduursel is groter dan een twee euromunt, maar niet heel veel. De etui is ongeveer 8 cm breed.

De kroonjurist van het derde rijk

Onderweg naar het theater spraken we over ‘gelieerd zijn’. Want moet je naar een evenement gaan, als de sprekers controversieel zijn? Jouw deelname kan ervoor zorgen dat jij eraan gekoppeld raakt tegen wil en dank. Als je gaat, laat het dan in ieder geval een bewuste keuze zijn en als je niet bewust bent, ga dan niet.

Een uur later zaten we tegenover de politiek-filosoof Carl Schmitt (1888-1985), gespeeld door Hans Dagelet in de theatervoorstelling van Bo Tarenskeen. Schmitt werd geïnterviewd door een mensenrechtenadvocaat (Tarenskeen). De antwoorden van Schmitt zijn poëtisch. Hij gebruikt ze om te zeggen dat zijn aandeel in de Tweede Wereldoorlog kleiner was dan gedacht. Zo had hij maar drie jaar bij de SS gezeten, waar hij uit werd gezet. Hij was het ook niet eens met Hitler. Die had hem verkeerd begrepen. En dat beroepsverbod dat hem door de Amerikanen werd opgelegd, dat was omdat ze de macht hadden om dit te doen. Vertoon!
Maar ik zei poëtisch en vervolgens sla ik Schmitt plat. Poëtisch omdat zijn opvatting van vriendschap tot utopische verbeelding spreekt. Poëtisch omdat het leed van een geïndividualiseerde samenleving pijn doet. Leed dat we begrijpen omdat wij het ook voelen. Soms nam Schmitt je mee in gedachtelijnen tot er een wrange conclusie op tafel lag. Op andere momenten nam hij je volledig mee. Wat nog enger was, want ben ik het nu met hem eens? Vergeet niet dat hij geen domme man was. De retorica maar ook kritiek op argumentatie stond dichtbij hem. Het dwingt om aandachtig te luisteren en naar de lagen te kijken.

Hoe doen we dat nu? Met Gaza en Israël bijvoorbeeld. Eerder die avond vonden we immers dat je al moet weten waar je heengaat, om te beslissen of je gaat. Nou ja, je zou natuurlijk ook een kleine eeuw later naar de theatervoorstelling kunnen gaan.

Wijsheid bij lijden

Momenteel loop ik als Toegepast Filosoof stage bij het Suïcide Preventie Centrum. Hier bieden we ondersteuning aan iedereen die met suïcidaliteit te maken krijgt. Dus ook naasten, nabestaanden en werkenden.
Hierbij is het belangrijk om te kijken in termen van herstel in plaats van genezing. Want je kunt spreken van herstel. Genezing is alsof je weer de versie kunt worden die je was, en dat kan niet. Dit betekent dat er een permanent proces gaande is en dat komt dicht in de buurt bij de opvatting van het leven als keten van gebeurtenissen.

Verwijzing 1 (Vereeuwigd.nu)
Mijn stagedocent wees me op Vereeuwigd.nu. Het is een prachtige website waarop mensen met ongeneeslijke ziekten hun verhaal en wijsheid delen. Natuurlijk heb ik gezocht op suïcide en zelfdoding als zoekwoorden. Met twee resultaten. Hier viel me op dat de diagnose een vast onderdeel is van de verhalen. In beide gevallen was suïcidaliteit geen enige diagnose. Mogelijk had ik dat wel verwacht. Daarnaast vond ik de verhalen kort in vergelijking tot de langere levensverhalen die ik eerder voor dezelfde stage las. Deze levensverhalen verdienen nog een apart artikel.

Verwijzing 2 (Walk into the Light)
Een verzameling persoonlijke verhalen specifiek op het thema van suïcide vind je op Walk into the Light. De naam staat voor de wandelingen die de stichting ieder jaar in de week van de suïcide preventie organiseert. In 2025 is dit 8 tot en met 14 september op verschillende locaties in Nederland. De start is in het donker van de vroege ochtend en zo loop je gezamenlijk het morgenlicht tegemoet. Kijk voor de wandeling in jouw regio op: Locaties – Walk into the Light.

Levensverhalen
Net beloofde ik hier nog eens een apart artikel voor te schrijven. Dat ga ik alvast klaarzetten als placeholder.